Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
(…)
(…)
(…)
(…)
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster was sinds 2000 of 2001 in dienst als schoonmaakster bij verweerder en werkte vier uur per dag, vijf dagen per week tegen een uurloon van Afl. 8,-. Vanaf 19 december 2018 heeft zij niet meer gewerkt en geen loon ontvangen. Verzoekster stelde dat zij onterecht en kennelijk onredelijk was ontslagen, met onjuiste redenen opgegeven door verweerder.
Verweerder ontkende het ontslag en stelde dat er geen arbeid meer was, waardoor geen loon verschuldigd was. Verzoekster droeg geen bewijs aan dat zij daadwerkelijk ontslagen was en zag af van bewijslevering tijdens de zitting. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het dienstverband was beëindigd door ontslag.
Het Gerecht oordeelde dat de vorderingen van verzoekster daarom moesten worden afgewezen. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten, maar kreeg wel verlof tot kosteloos procederen vanwege haar financiële situatie. De beschikking werd uitgesproken op 7 juli 2020 door rechter A.H.M. van de Leur.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van ontslag.