ECLI:NL:OGEAA:2020:286
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige toevertrouwing minderjarige aan Voogdijraad
Het Openbaar Ministerie heeft een vordering ingediend tot bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing van een minderjarige, geboren in 2004, aan de Voogdijraad. De minderjarige verblijft sinds 12 maart 2020 met haar baby in het tienermoederhuis. De moeder oefent het gezag uit, maar de vader is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 26 mei 2020 is de minderjarige gehoord en zijn de standpunten van het Openbaar Ministerie, de Voogdijraad en de moeder besproken. Het gerecht acht de gronden voor voorlopige toevertrouwing aannemelijk en stelt dat het belang van de minderjarige gediend is met uitoefening van het gezag door de Voogdijraad.
Het gerecht besluit de moeder uit het gezag te schorsen en de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad te bekrachtigen voor een periode van zes maanden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven op 7 juli 2020.
Uitkomst: De voorlopige toevertrouwing van de minderjarige aan de Voogdijraad wordt bekrachtigd en de moeder wordt uit het gezag geschorst voor zes maanden.