ECLI:NL:OGEAA:2020:221
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriale beslagen wegens onbevoegdheid tot tenuitvoerlegging vonnis Hof Aruba
Partijen hadden een affectieve relatie en gezamenlijk eigendom van onroerend goed in Aruba. Na diverse vonnissen en hoger beroep over de verdeling van deze goederen, legde gedaagde executoriale beslagen om betaling af te dwingen. Eiser stelde dat hij aan het vonnis had voldaan door betalingen en verrekening van ontruimingskosten.
Het Gerecht stelde vast dat het vonnis van het Hof van 26 november 2019 slechts een bedrag van Afl. 69.523,- toekende aan gedaagde, waarvan eiser reeds Afl. 65.731,90 had betaald. De resterende ontruimingskosten van Afl. 3.791,10 mochten worden verrekend. De ontruiming was niet onrechtmatig en gedaagde had onvoldoende onderbouwd dat zij een retentierecht had.
Daarom was gedaagde ten tijde van het leggen van de beslagen niet bevoegd tot executie. Het Gerecht beval binnen twee dagen opheffing van de beslagen en compenseerde de proceskosten zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Dit vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen binnen twee dagen de executoriale beslagen op te heffen wegens onbevoegdheid tot tenuitvoerlegging.