ECLI:NL:OGEAA:2020:215

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
14 mei 2020
Publicatiedatum
2 juni 2020
Zaaknummer
AUA201600278
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • J.R. Geerman
  • E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38 LvAOVArt. 11 LvAOV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing ouderdomspensioen Sociale Verzekeringsbank Aruba

Appellant diende op 10 juni 2015 een aanvraag in bij de Sociale Verzekeringsbank voor toekenning van een ouderdomspensioen. De bank besloot bij beschikking van 4 november 2015 een pensioen toe te kennen met een korting van 95,56%, ingaand per 1 juli 2014. Appellant ontving deze beslissing ongeveer tweeënhalve week later, uiterlijk 22 november 2015.

Het beroepschrift werd echter pas op 26 februari 2016 ingediend, ruim tien weken na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van drie weken na ontvangst van de beslissing. De bank stelde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het College bevestigde dit standpunt en overwoog dat appellant geen verschoonbare reden had voor de termijnoverschrijding.

Daarnaast benadrukte het College dat onwetendheid over de wet voor rekening van appellant komt. Ook werd toegelicht dat het pensioen conform de wettelijke bepalingen terecht met ingang van 1 juli 2014 is toegekend, aangezien de aanvraag op 10 juni 2015 werd ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Uitspraak van 14 mei 2020
CVB nr. AUA201600278
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van
de Landsverordening algemene ouderdomsverzekering (LvAOV) van:
[Appellant],
wonende in Nederland, te [adres],
APPELLANT,
in persoon,
tegen de beslissing van 4 november 2015 van
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Op 10 juni 2015 heeft appellant, geboren op 26 april 1947 in Nederland, een aanvraag bij de bank ingediend om toekenning van ouderdomspensioen krachtens de algemene ouderdomsverzekering.
1.2
Bij beschikking van 4 november 2015 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de bank besloten aan appellant met ingang van 1 juli 2014 een ouderdomspensioen toe te kennen van Afl. 47,- per maand, onder toepassing van een korting van 95,56%.
1.3
Tegen deze beslissing heeft appellant beroep aangetekend, door indiening van een beroepschrift op 26 februari 2016.
1.4
De bank heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 14 november 2019 van dit College behandeld, alwaar voor de bank is verschenen mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant is ondanks de behoorlijke oproeping, niet verschenen.
2.DE BEOORDELING
Ontvankelijkheid
2.1
De bank heeft primair geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep, en heeft – samengevat – daartoe aangevoerd dat appellant het beroepschrift na verloop van de beroepstermijn heeft ingediend.
2.2
Ingevolge artikel 38 van Pro de LvAOV staat tegen bepaalde beslissingen van de bank beroep open bij dit College. Het derde lid bepaalt dat het beroep ingevolge het eerste lid geschiedt bij met redenen omkleed beroepschrift binnen drie weken na dagtekening van de beslissing of na de datum waarop de betrokkene kan aantonen de beslissing te hebben ontvangen.
2.3
De bestreden beslissing is gedagtekend 4 november 2015. Volgens appellant heeft hij de beslissing ongeveer 2½ week later ontvangen, derhalve op uiterlijk 22 november 2015. Uitgaande van deze ontvangstdatum geldt dat de beroepstermijn op 13 december 2015 is verstreken. Het beroepschrift is op 26 februari 2016 ingediend. Dit is ruim tien weken na het verstrijken van de beroepstermijn. Nu overigens gesteld noch gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, dient appellant niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.
2.4
Ten overvloede overweegt het College het volgende.
Het College stelt voorop, dat een ieder de wet behoort te kennen. Gelet hierop dient de door appellant gestelde onwetendheid met de LvAOV, voor zijn rekening en risico te komen.
Ingevolge artikel 11, eerste lid van de LvAOV gaat het ouderdomspensioen in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de belanghebbende aan de voorwaarden voor het recht op ouderdomspensioen voldoet. Het derde lid bepaalt – voor zover hier van belang – dat in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een ouderdomspensioen niet eerder kan ingaan dan een jaar vóór de eerste dag der maand, volgende op die waarin de aanvraag werd ingediend. De bank kan voor bijzondere gevallen van het bepaalde in de eerste volzin afwijken.
Nu appellant zijn aanvraag om ouderdomspensioen op 10 juni 2015 heeft ingediend en er geen sprake is van een bijzonder geval, is hem terecht met ingang van 1 juli 2014 pensioen toegekend.

3.DE BESLISSING

Het College:
-verklaart het beroep van appellant niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven op 14 mei 2020 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.