Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
Vervangende toestemming tot erkenning
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba behandelde het verzoek van een man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van een minderjarige, aangezien de moeder haar toestemming niet gaf. De moeder stelde dat de erkenning haar belangen bij een ongestoorde verhouding met het kind zou schaden, maar het gerecht vond dat zij onvoldoende feiten had aangevoerd ter onderbouwing hiervan.
De bijzonder curator, optredend als bijzonder vertegenwoordiger van de minderjarige, adviseerde eveneens om de vervangende toestemming te verlenen, omdat er geen aanwijzingen waren dat de erkenning de belangen van het kind zou schaden. De emotionele bezwaren van de moeder werden door de curator niet als voldoende gegrond beschouwd.
Daarnaast werd het geschil over de geslachtsnaam van het kind behandeld. Volgens het geldende Arubaanse recht krijgt het kind bij erkenning de geslachtsnaam van de vader, maar dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragen. De wetgever heeft een nieuwe regeling ingevoerd die nog niet in werking is getreden, welke ouders de keuze geeft tussen de geslachtsnaam van vader of moeder.
Het gerecht paste deze nieuwe regeling als oplossing voor het rechtstekort toe en besloot dat de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder behoudt, omdat dit in haar belang is en zij deze naam sinds haar geboorte draagt. De beschikking verleent de man vervangende toestemming om te erkennen met behoud van de geslachtsnaam van de moeder en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man krijgt vervangende toestemming om de minderjarige te erkennen, met behoud van de geslachtsnaam van de moeder.