ECLI:NL:OGEAA:2020:177
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Ongeoorloofde tussentijdse opzegging huurovereenkomst leidt tot schadevergoeding
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens een ongeoorloofde tussentijdse opzegging van een huurovereenkomst door gedaagde. De huurovereenkomst betrof een appartement met een huurperiode van 1 augustus 2018 tot en met 31 juli 2019, met een opzegtermijn van twee maanden. Gedaagde zegde de huur op 3 maart 2019 op met ingang van 1 april 2019, terwijl de huur nog tot augustus 2019 liep.
De Hoge Raad heeft vastgesteld dat huurovereenkomsten voor bepaalde tijd in beginsel niet tussentijds kunnen worden opgezegd tenzij dit uitdrukkelijk is overeengekomen. Omdat partijen dit niet hadden afgesproken, oordeelt het gerecht dat de opzegging ongeoorloofd was. Hierdoor is gedaagde schadeplichtig voor de huur over de periode april tot en met juli 2019.
Eiseres heeft haar vordering tot schadevergoeding uit coulance beperkt tot Afl. 2.175,--. Het gerecht wijst de verrekening van borgsom door gedaagde af, omdat dit onaanvaardbaar is gelet op de coulance van eiseres. De nevenvordering voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat geen aanvullende werkzaamheden zijn verricht die deze kosten rechtvaardigen.
Het gerecht veroordeelt gedaagde tot betaling van Afl. 2.175,-- met wettelijke rente vanaf 24 juli 2019 en in de proceskosten van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van Afl. 2.175,-- schadevergoeding voor ongeoorloofde tussentijdse opzegging van de huurovereenkomst.