Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Betreft: Verklaring
(…)”
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker was sinds 1 augustus 2017 werkzaam als klassencoach bij het Openbaar Onderwijs Aruba op basis van losse uren. Het Land beëindigde de arbeidsrelatie per 1 juli 2019, waarna verzoeker stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (duurovereenkomst) en vorderde vaststelling daarvan en schadevergoeding.
Het Land stelde dat de arbeidsovereenkomst steeds voor de duur van een schooljaar was aangegaan, passend bij het leerwerktraject dat jaarlijks wordt vastgesteld en waarvoor klassencoaches een bijbaan vervullen. Verzoeker voerde onvoldoende onderbouwing aan voor zijn stelling van een duurovereenkomst.
Het Gerecht oordeelde dat de arbeidsovereenkomst een overeenkomst voor bepaalde tijd betrof, die rechtsgeldig eindigde per 1 juli 2019. De brief van 8 augustus 2019 was slechts een verklaring van beëindiging en geen opzegging. De werkzaamheden die verzoeker later verrichtte als conciërge/beveiliger leidden niet tot herleving van de beëindigde arbeidsovereenkomst.
De verzoeken tot vaststelling van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, schadevergoeding en betaling van loon werden afgewezen. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot aan de zijde van het Land.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst betrof een overeenkomst voor bepaalde tijd die rechtsgeldig eindigde per 1 juli 2019; het verzoek tot vaststelling van een duurovereenkomst en schadevergoeding wordt afgewezen.