ECLI:NL:OGEAA:2020:12
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Verzoekster diende op 6 november 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, welke door verweerder op 7 januari 2020 werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht het gerecht om een voorlopige voorziening om de afwijzing te schorsen.
Het gerecht behandelde het verzoek op 22 januari 2020 en overwoog dat verzoekster niet voldeed aan de vereiste verblijfsduur van 120 maanden, aangezien zij slechts 109 maanden verblijf had. Tevens was gebleken dat verzoekster na het verlopen van haar laatste tijdelijke vergunning op 22 mei 2019 geen nieuwe tijdelijke vergunning had aangevraagd.
Verzoekster stelde dat verweerder ten onrechte geen tijdelijke vergunning had verleend, maar verweerder gaf aan dat dit kwam doordat verzoekster niet de benodigde documenten had aangeleverd. Het gerecht concludeerde dat de onmiddellijke uitvoering van de afwijzing geen onevenredig nadeel voor verzoekster opleverde in verhouding tot het belang van onmiddellijke uitvoering.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning onbepaalde tijd wordt afgewezen.