ECLI:NL:OGEAA:2019:820
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening asiel wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielverzoek in na haar binnenkomst op Aruba in september 2017. Na afwijzing van haar asielaanvraag door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, maakte zij bezwaar en verzocht zij om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de afwijzing te schorsen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak en het Vluchtelingenverdrag. Verzoekster stelde dat zij vreest voor vervolging door de overheid vanwege een incident waarbij zij verbaal protesteerde tegen aankoopbeperkingen en vervolgens door een 'Guardia' zou zijn aangerand.
De rechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag zal ondervinden. Ook is niet gebleken dat zij zal worden blootgesteld aan foltering of onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro. Het bezwaar heeft daarom geen redelijke kans van slagen en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen gegronde vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling is aangetoond.