ECLI:NL:OGEAA:2019:779

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 december 2019
Publicatiedatum
12 december 2019
Zaaknummer
AUA201902193
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning buitenlands vonnis inzake gezag minderjarige

Verzoekster, grootmoeder van een minderjarige, verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 BW Pro af te geven ter erkenning van een vonnis van 28 mei 2019 van een buitenlandse rechter. Dit vonnis bekrachtigde de overdracht van gezag, verzorging en opvoeding van de minderjarige aan verzoekster.

De procedure omvatte het verzoekschrift, advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, en een mondelinge behandeling waarbij verzoekster en de ambtenaar met gemachtigde aanwezig waren. Het verzoek was gericht op het verkrijgen van erkenning van het buitenlandse vonnis om een verblijfsvergunning voor de minderjarige aan te vragen.

Het gerecht oordeelde dat het vonnis niet vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand, omdat dergelijke registers geen informatie over voogdij of gezag over minderjarigen bevatten. Op grond hiervan werd het verzoek afgewezen.

De beslissing werd door rechter N.K. Engelbrecht in het openbaar uitgesproken op 3 december 2019.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning van het buitenlandse vonnis inzake gezag over de minderjarige wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 3 december 2019
behorend bij EJ. nr. AUA201902193
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de Dominicaanse Republiek,
de minderjarige,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,hierna: de ambtenaar,
gemachtigde: mr. A.M. Els.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 1 juli 2019,
  • het advies van de ambtenaar, ingediend op 17 september 2019,
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 24 september 2019, waar zijn verschenen verzoekster in persoon en de ambtenaar bij zijn gemachtigde voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Verzoekster is de grootmoeder aan vaderszijde van de minderjarige.
2.2
Voor zover hier van belang heeft de rechter bij vonnis van de
Sala Civil del Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Distrito Judicial de Santo Domingovan 28 mei 2019, de overeenkomst tussen verzoekster, en [naam moeder], zijnde de moeder van de minderjarige, en [naam vader], zijnde de vader van de minderjarige, waarbij de ouders het gezag, de verzorging en opvoeding (
“guarda, tutela y custodia”) over de minderjarige hebben overdragen aan de verzoekster, bekrachtigd.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 28 mei 2019. Daartoe is aangevoerd dat een van de vereisten voor het indienen door verzoekster, als gezagdraagster van de minderjarige, van een aanvraag bij de DIMAS voor een verblijfsvergunning ten behoeve van de minderjarige is, dat voornoemd vonnis door dit gerecht is erkend.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde uitspraak van 28 mei 2019 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 3 december 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.