ECLI:NL:OGEAA:2019:774
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergunning tijdelijk verblijf huishoudelijk personeel bevestigd
Verzoeker, met de Haïtiaanse nationaliteit, had meerdere vergunningen tot tijdelijk verblijf als huishoudelijk personeelslid bij een derde. Op 11 juli 2019 vroeg hij opnieuw een vergunning aan, die op 15 oktober 2019 werd afgewezen door verweerder vanwege het niet voldoen aan solvabiliteitseisen door de garantsteller en een negatieve huiscontrole.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg het gerecht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij tot de beslissing op bezwaar als houder van een verblijfsvergunning behandeld zou worden. Tijdens de zitting op 6 november 2019 werd vastgesteld dat op het adres meerdere derden stonden ingeschreven en dat de huiscontrole bevestigde dat niet aan de voorwaarden werd voldaan.
Het gerecht oordeelde dat verzoeker onvoldoende gemotiveerd had betwist dat de voorwaarden niet werden nageleefd en vond geen reden om de afwijzing te schorsen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de vergunning tot tijdelijk verblijf is afgewezen.