ECLI:NL:OGEAA:2019:740
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf en werken in Aruba
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, verblijft sinds november 2013 illegaal in Aruba. Zij diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning, waaronder een aanvraag voor tijdelijk verblijf en een voor gezinshereniging, die beide werden afgewezen. Op 9 oktober 2019 werd zij werkend aangetroffen als keukenhulp, ondanks het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.
Verweerder, de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, heeft op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) een bevel tot uitzetting gegeven. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg vervolgens bij het gerecht een voorlopige voorziening ex artikel 54 Lar Pro om schorsing van het uitzettingsbevel te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van het Land om de wet- en regelgeving omtrent toelating van vreemdelingen strikt te handhaven zwaarder weegt dan het belang van verzoekster om na ruim zes jaar illegaal verblijf alsnog een verblijfsvergunning te verkrijgen. Er is geen grond om het bevel tot uitzetting te schorsen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 13 november 2019 en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen en het bevel blijft van kracht.