ECLI:NL:OGEAA:2019:693

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
15 oktober 2019
Publicatiedatum
29 oktober 2019
Zaaknummer
AUA201902405
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:268 lid 2 BW ArubaArt. 1:271 lid 1 BW ArubaArt. 1:272 lid 1 BW ArubaArt. 1:272 lid 3 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot teruggave minderjarige aan moeder na voorlopige toevertrouwing aan Voogdijraad

De minderjarige, geboren in 2014 uit een relatie tussen de moeder en vader, was op 9 juli 2019 door het openbaar ministerie voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd nadat het gezag aan de moeder was onttrokken. Het openbaar ministerie vroeg bekrachtiging van deze voorlopige maatregel.

Tijdens de zitting op 17 september 2019, waar de ouders en vertegenwoordigers van de Voogdijraad aanwezig waren, bleek dat er onvoldoende wettelijke gronden waren voor voortzetting van de voorlopige toevertrouwing. De Voogdijraad had aangegeven een verzoek tot ondertoezichtstelling te hebben ingediend, maar het gerecht benadrukte dat de voorlopige maatregel niet bedoeld is om een kind uit huis te plaatsen in afwachting van zo’n verzoek.

Op grond van artikel 1:272 BW Pro werd het verzoek tot voortzetting van de voorlopige toevertrouwing afgewezen. Tevens werd de vader kosteloze procesvoering toegestaan vanwege zijn financiële situatie. De minderjarige wordt teruggegeven aan de moeder, die het gezag alleen uitoefent.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting voorlopige toevertrouwing afgewezen en teruggave minderjarige aan moeder bevolen.

Uitspraak

Beschikking van 15 oktober 2019
behorend bij E.J. nr. AUA201902405
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op vordering van
HET OPENBAAR MINISTERIE,
in Aruba,
vertegenwoordigd door de officier van justitie,
om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad
van de minderjarige:
[Naam minderjarige],
geboren op [datum] 2014 in Aruba,
van wie de ouders zijn:
[Naam moeder], de moeder,
wonende in Aruba, en
[Naam vader], de vader,
wonende in Aruba,
gemachtigde: de advocaat mr. P.G. Dowers-Alders.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- de vordering ingediend op 18 juli 2019,
- de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 17 september 2019, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw [vertegenwoordiger], mevrouw [vertegenwoordiger] en mevrouw [vertegenwoordiger], en de ouders van de minderjarigen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigde.
De

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is geboren uit een affectieve relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft de minderjarige erkend.De moeder oefent het gezag over de minderjarigen alleen uit.
2.2
Op 9 juli 2019 heeft het openbaar ministerie de aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Ingevolge artikel 1:272 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing, in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro, van een ouder kunnen leiden, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd.
3.2
De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing van 9 juli 2019 nog van kracht is.
3.3
Ingevolge artikel 1:272 lid 3 BW Pro kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW Pro.
Artikel 1:271 lid 1 BW Pro bepaalt dat de rechter, indien hij dat in het belang van het kind noodzakelijk acht, een ouder wiens ontzetting of ontheffing, in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro, verzocht is, hangende het onderzoek geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over een of meer van zijn kinderen kan schorsen.
Ingevolge het vierde lid vertrouwt de rechter het kind voorlopig toe aan de Voogdijraad, indien de schorsing beide ouders betreft of een ouder die het gezag alleen uitoefent.
3.4
Ter zitting heeft Voogdijraad te kennen gegeven dat een verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige is ingediend en dat de behandeling van dat verzoek op 15 oktober 2019 zal plaatsvinden. Aan het gerecht wordt verzocht om de moeder tot die datum uit het gezag over de minderjarige te schorsen.
3.5
Het gerecht stelt voorop dat de voorlopige (zware) kinderbeschermingsmaatregel van schorsing van een ouder van het gezag en voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan de Voogdijraad, niet is bedoeld om in afwachting van de behandeling van een verzoek om ondertoezichtstelling de minderjarige uit huis te plaatsen of uit huis geplaatst te houden. Er staan daartoe minder verstrekkende maatregelen ter beschikking.
3.6
Uit het door de Voogdijraad omtrent de uitgebrachte rapport noch uit het ter zitting besprokene blijkt dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige toevertrouwing bestaan, zodat het verzoek niet toewijsbaar is. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.
3.7
Het vorenstaande leidt, gelet op artikel 1:272 lid 3 BW Pro, tot de volgende beslissing.
3.8
Gelet op het door de vader overgelegde bewijs van onvermogen van 2 september 2019, zal aan hem toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
verleent de vader toelating om kosteloos te procederen,
beveelt de teruggave van [naam minderjarige], geboren op [datum] 2014 in Aruba, aan de moeder.
Deze beschikking is gegeven op dinsdag 15 oktober 2019 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.