ECLI:NL:OGEAA:2019:63

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
30 januari 2019
Publicatiedatum
4 februari 2019
Zaaknummer
A.R. AUA201800816
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 8 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 15 onder a Haags Betekeningsverdrag 1965Art. 15 onder b Haags Betekeningsverdrag 1965Art. 5 tot en met 8 Haags Betekeningsverdrag 1965
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve doorhaling van civiele zaak wegens niet-betekeningsfout

De coöperatieve vereniging Caribbean Palm Village Resort (CPVR) heeft een civiele procedure aangespannen tegen Protrade International Inc. en andere vennootschappen gevestigd in de Verenigde Staten en Puerto Rico. De gedaagden zijn niet verschenen in de procedure.

De Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) heeft geprobeerd de oproeping tot verschijnen op de zitting van 19 september 2018 aan gedaagden te betekenen via aangetekende post naar de door eisers opgegeven adressen in de Verenigde Staten. Deze stukken zijn echter geretourneerd omdat de adressen niet bekend waren bij het postkantoor.

De rechtbank constateert dat de betekening niet heeft plaatsgevonden conform de vereisten van het Haags Betekeningsverdrag 1965, aangezien niet is voldaan aan de voorgeschreven vormen voor betekening in het buitenland en de stukken niet tijdig aan gedaagden persoonlijk of via de centrale autoriteiten zijn afgeleverd.

Daarom kan geen verstek worden verleend en heeft de rechtbank geoordeeld dat verder aanhouden van de zaak geen doel dient. De zaak wordt ambtshalve van de rol gehaald.

Uitkomst: De zaak wordt ambtshalve van de rol gehaald wegens niet-geldige betekening aan gedaagden in het buitenland.

Uitspraak

Vonnis van 30 januari 2019
Behorend bij A.R. AUA201800816
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de coöperatieve vereniging
CARRIBBEAN PALM VILLAGE RESORT .,
te Aruba,
hierna ook te noemen: CPVR,
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,
tegen:
1. de vennootschap naar vreemd recht
PROTRADE INTERNATIONAL INC.,
hierna ook te noemen: Protrade,
te Miami, Florida, Verenigde Staten van Amerika,
2. de vennootschap naar vreemd recht
AIR GREEN CORP.,
te Guaynabo, Puerto Rico,
3. de vennootschap naar vreemd recht
AIR GREEN CORP.,
te Ft. Lauderdale, Florida, Verenigde Staten van Amerika,
4. de vennootschap naar vreemd recht
MITSUBISHI HEAVY INDUSTRIES AMERICA INC.,
te New York, Verenigde Staten,
hierna ook te noemen: Protrade c.s.
hierna gezamenlijk te noemen: gedaagden,
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 augustus 2018;
- het bericht van 20 november 2018 van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DJWZ).
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.AMBTSHALVE

2.1
Uit de door DWJZ overgelegde stukken blijkt dat het exploot van betekening van 17 april 2018, waarbij gedaagden werden opgeroepen te verschijnen op de zitting van 19 september 2018, aan hen werd toegezonden bij brief van 23 april 2018. Tevens heeft de DWJZ het gerecht bericht dat de stukken en brieven op 23 april 2018 per aangetekende post naar het door eisers opgegeven adres werden verzonden. Echter werden de stukken op 16 november 2018 geretourneerd omdat het door eisers opgegeven adressen niet bekend zijn bij het postkantoor in de Verenigde Staten van America.
2.2
Uit de zijdens DWJZ verkregen informatie blijkt dat het exploot van oproeping dat door de deurwaarder aan de directie is betekend door deze ingevolge het bepaalde in artikel 5 lid 8 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering bij, in de Nederlandse taal gestelde, brieven van 23 april 2018 aan gedaagden zijn verzonden.
2.3
Niet gebleken is dat de oproeping is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor betekening of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen (artikel 15 onder Pro a Haags Betekeningsverdrag 1965). Evenmin is gebleken dat het stuk tijdig aan gedaagden in persoon of aan hun vestiging is afgegeven op een andere in het Haags Betekeningsverdrag geregelde wijze (artikel 15 onder Pro b Haags Betekeningsverdrag 1965), nu dat de stukken geretourneerd zijn. Aan het voorgaande doet niet af dat de betekeningsexploten door DWJZ aan de door eisers opgegeven adressen van gedaagden zijn gezonden. Het had in de rede gelegen om vervolgens overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 8 Haags Betekeningsverdrag 1965 tot betekening over te gaan, derhalve via de daartoe aangewezen centrale autoriteiten.
2.4
Nu van betekening of kennisgeving in de zin van het Haag Betekeningsverdrag 1965 niet gebleken is, kan geen verstek worden verleend. Verder aanhouden van zaak dient geen doel omdat niet aannemelijk is dat (binnen afzienbare tijd) zal blijken dat de betekeningsexploten gedaagden wel tijdig hebben bereikt. De zaak zal daarom ambtshalve worden doorgehaald.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
haalt de zaak ambtshalve van de rol.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.