ECLI:NL:OGEAA:2019:613

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 september 2019
Publicatiedatum
30 september 2019
Zaaknummer
AUA201803824
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • J.R. Geerman
  • E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 LaovArt. 6 LaovArt. 6a LaovArt. 7 LaovArt. 8 Laov
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen pensioenuitkeringsbeslissing met toepassing van kortingspercentages op ouderdomspensioen

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Sociale Verzekeringsbank om hem vanaf 1 januari 2019 een ouderdomspensioen toe te kennen met een korting van 46,6% op het ongehuwdenpensioen. Deze korting is toegepast omdat appellant en zijn echtgenote gedurende bepaalde periodes niet verzekerd waren volgens de landsverordening algemene ouderdomsverzekering (Laov).

De bank heeft toegelicht dat het pensioenbedrag wordt berekend op basis van de woonperioden van zowel appellant als zijn echtgenote. Ondanks het feit dat appellant jarenlang kostwinner was, is dit niet relevant voor de berekening van de woonperiode. Appellant stelde dat hij recht heeft op een hogere pensioenuitkering gebaseerd op zijn kostwinnerschap en dat de bank ten onrechte geen rekening houdt met zijn huwelijkse staat tijdens de opbouwperiode.

Het Gerecht heeft vastgesteld dat appellant op de pensioengerechtigde leeftijd is en dat de niet-verzekerde woonperioden van zowel appellant als zijn echtgenote juist zijn vastgesteld aan de hand van het bevolkingsregister. Gezien de nadere uitleg van de bank acht het Gerecht de bestreden beschikking op de wet gegrond en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de pensioenuitkering met korting wordt bevestigd.

Uitspraak

Uitspraak van 12 september 2019
CVB nr. AUA201803824
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van
de Landsverordening algemene ouderdomsverzekering (Laov) van:
[Appellant],
wonende in Aruba,
APPELLANT,
gemachtigde: R.L.F. Dijkhoff
tegen de beslissing van 8 oktober 2018 van:
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Bij beschikking van 8 oktober 2018 heeft de bank besloten aan appellant met ingang van 1 januari 2019 een pensioenuitkering toe te kennen ten bedrage van Afl. 591,- per maand.
1.2
Tegen deze beslissing heeft appellante op 26 november 2018 beroep aangetekend.
1.3
Op 31 januari 2019 heeft de bank verweerschrift ingediend.
1.4
Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 16 mei 2019 van dit College behandeld, alwaar namens de bank aanwezig waren mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur, en mevrouw M. Thiel, Hoofd sociale verzekeringenadministratie, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2.DE BEOORDELING

2.1
Op de bij de bestreden beslissing aan appellant toegekende pensioenuitkering is een korting van 46,6% op het ongehuwdenpensioen toegepast, omdat appellant gedurende de periodes van 24 december 1971 tot en met 9 januari 1992 en van 26 juli 2013 tot en met 1 augustus 2015 niet verzekerd is geweest, en zijn echtgenote van 27 mei 1993 tot en met 8 maart 2018 niet verzekerd is geweest.
In zijn verweer heeft de bank nader toegelicht dat in het geval van een echtpaar zoals in onderhavig geval, het pensioenbedrag wordt berekend aan de hand van de woonperiode van de pensioengerechtigde en zijn echtgenote. Dat appellant jarenlang kostwinner was, is niet van belang voor zijn woonperiode. Zijn voormalige echtgenote kan te zijner tijd zelf pensioenuitkering claimen als zij pensioen heeft opgebouwd.
Gelet op de woonperiode van appellant en zijn echtgenote, geldt voor hem een kortingspercentage van 23,32% op het gehuwdenpensioen en voor zijn echtgenote een kortingspercentage van 50%. De kortingspercentage van beiden is 73,32% van het gehuwdenpensioen (Afl. 1.864,- -/- 73,32% = Afl. 497,31). De bank hanteert als beleid dat als het pensioen voor gehuwden na toepassing van het kortingspercentage lager uitvalt dan toepassing van het kortingspercentage op het ongehuwdenpensioen (in dit geval Afl. 1.107,- -/- 46,64% = Afl. 591,-), dan een gekort ongehuwdenpensioen wordt toegekend. Aan appellant is op goede gronden een ouderdomspensioen toegekend onder toepassing van het kortingspercentage op het ongehuwdenpensioen, aldus de bank.
2.2
Appellant is het er hier niet mee eens en heeft zich op het standpunt gesteld, dat hij vanaf 10 januari 1992 tot en met 9 maart 2016 in Aruba werkzaam was en verzekerd. Verder heeft hij aangevoerd dat hij van 13 juli 1998 tot en met 18 december 2008 gehuwd was en toen ook kostwinner was. Hij is pas op 16 juni 2015 met zijn huidige echtgenote getrouwd. Volgens appellant doet de bank alsof appellant gedurende de periode dat hij pensioen heeft opgebouwd niet getrouwd was, waardoor hij onevenredig wordt benadeeld. Zijn ouderdomspensioen moet berekend worden op basis van zijn kostwinnerschap waarbij de kortingspercentage drastisch zou moeten worden verlaagd, aldus appellant. Hij meent dat hij recht heeft op een hogere maandelijkse pensioenuitkering.
2.3
Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Laov is verzekerd overeenkomstig deze landsverordening, de ingezetene die de leeftijd van vijftien jaar, doch nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Ingevolge artikel 6, eerste lid van de Laov heeft degene die verzekerd is geweest, en de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening recht op ouderdomspensioen.
Ingevolge artikel 6a is de leeftijd waarop het recht op pensioen per 1 januari 2018 ontstaat, 62 jaar.
Artikel 7, eerste lid van de Laov bepaalt dat het ouderdomspensioen, behoudens het overigens in dit artikel bepaalde, Afl. 1.107,- per maand bedraagt. Voor zover hier van belang bedraagt het ouderdomspensioen van de gehuwde man, ingevolge het tweede lid, Afl. 1.864,- per maand.
Ingevolge artikel 8, eerste en tweede lid, wordt – voor zover hier van belang – op de bedragen bedoeld in artikel 7, eerste en tweede lid, een korting toegepast voor elk jaar dat de pensioengerechtigde dan wel ieder der echtgenoten na het bereiken van de vijftienjarige leeftijd en vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd niet verzekerd was in de zin van deze landsverordening.
2.4
In dit geval is niet in geschil dat appellant, die geboren is op 24 december 1956, op 24 december 2018 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Verder is uit de door de bank overgelegde en door appellant niet weersproken stukken, in het bijzonder de informatie uit het Bevolkingsregister over de woonplaatsen van appellant, gebleken dat hij van 24 december 1971 tot en met 9 januari 1992 en van 26 juli 2013 (vertrek volgens Radex) tot en met 1 augustus 2015 niet in Aruba heeft gewoond, en dat zijn echtgenote, die op 27 mei 1978 in Colombia is geboren, sinds 8 maart 2018 staat ingeschreven in het bevolkingsregister. Zij heeft alhier dan ook geen verzekerde jaren opgebouwd.
2.5
Gelet op het bovenstaande en de nadere uitleg van de bank over de toegepaste kortingspercentages, is het College van oordeel dat de bestreden beschikking als op de wet gegrond tot stand is gekomen, zodat het beroep van appellante ongegrond dient te worden verklaard.

3.DE BESLISSING

Het college van beroep:
-verklaart het beroep van appellante ongegrond.
Aldus gegeven op 14 juli 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba