ECLI:NL:OGEAA:2019:593

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 september 2019
Publicatiedatum
24 september 2019
Zaaknummer
AUA201901284
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 LarArt. 53 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting bestuursorgaan tot beslissing op bezwaar met dwangsom opgelegd

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. Eerder had het gerecht een uitspraak gedaan waarin was bepaald dat de minister binnen drie maanden een reële beslissing moest nemen op het bezwaar. Verweerder heeft echter geen beslissing genomen, waardoor verzoekster een verzoek indiende op grond van artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

Het gerecht constateert dat verweerder niet heeft voldaan aan de eerdere uitspraak en legt hem op binnen drie maanden alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van 500 gulden per dag bij niet-naleving, met een maximum van 25.000 gulden.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, begroot op 500 gulden, vanwege de gemaakte kosten voor rechtskundige bijstand. De uitspraak is gedaan door rechter M.E.B. de Haseth tijdens een openbare zitting op 16 september 2019.

Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een beslissing te nemen op het bezwaar, met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

Uitspraak van 16 september 2019
Lar nr. AUA201901284
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek ex artikel 53 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[verzoekster]
verbijvend in Aruba,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
gericht tegen:
De Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 7 januari 2019 (LAR AUA201802853) heeft het gerecht onder meer het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het door verzoekster gemaakte bezwaar vernietigd en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing geeft op het bezwaar van verzoekster.
Op 16 april 2019 heeft verzoekster bij het gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak.
Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.
2.2
Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 7 januari 2019.
2.3
Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoekster heeft beslist. Verweerder heeft derhalve geen gevolg gegeven aan voormelde uitspraak. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een reële beslissing op het bezwaar van verzoekster te nemen binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom.
2.4
Nu verzoekster met recht onderhavig verzoek heeft gedaan en hierdoor noodzakelijke kosten heeft gemaakt door met een gemachtigde op te treden, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 500,-.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoekster;
- bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoekster verbeurt van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft om na bovenvermelde termijn van drie maanden een nieuwe beslissing te nemen, met een maximum van Afl. 25.000;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoekster voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.