Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
3.HET GESCHIL
4.DE VERDERE BEOORDELING
5.DE UITSPRAAK
woensdag 11 september 2019voor conclusie van repliek in vrijwaring;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Op 26 december 2014 liep eiser als passagier van een bus van Arubus letsel op door het rijden met hoge snelheid over een verkeersplateau, resulterend in een inzakkingsbreuk van de tweede lendenwervel. Diverse medische rapporten, zowel van Italiaanse artsen als van een verzekeringsarts, verschilden in de vaststelling van de mate van blijvende invaliditeit, variërend van 5% tot 16%.
Eiser vorderde een immateriële schadevergoeding van €45.000 op basis van de Italiaanse rapporten, terwijl Arubus stelde dat slechts Afl. 10.500,- passend was volgens de verzekeringsarts. Het gerecht oordeelde dat de Nederlandse richtlijnen voor medische rapportage, gehanteerd door de verzekeringsarts, leidend zijn omdat het ongeval in Aruba plaatsvond. De verzekeringsarts stelde een blijvende invaliditeit van 7% vast, rekening houdend met pre-existente factoren.
Op basis van de Smartengeldgids en de ernst van het letsel kende het gerecht een immateriële schadevergoeding van €6.100 toe. Hierbij werden onder meer de operatie, arbeidsongeschiktheid, beperkingen in zelfverzorging, slaapproblemen en het niet meer kunnen uitoefenen van hobby’s meegewogen. De vergoeding werd in euro’s toegekend vanwege het ontbreken van een sociaal vangnet in Aruba.
Verder werd Arubus veroordeeld in de proceskosten. In de vrijwaring werd de beslissing aangehouden voor verdere schriftelijke behandeling. Het vonnis werd uitgesproken op 4 september 2019 en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Arubus wordt veroordeeld tot betaling van €6.100,- immateriële schadevergoeding aan eiser met wettelijke rente en proceskosten.