ECLI:NL:OGEAA:2019:511
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executeur-testamentair krijgt verbod tegen legitimaris op uitoefening legitimaire rechten in nalatenschap
In deze kortgedingprocedure vordert de executeur-testamentair van de nalatenschap van wijlen [naam wijlen] een verbod tegen de legitimaris om diens legitimaire rechten uit te oefenen en de inbezitneming van de nalatenschap te respecteren. Dit vanwege de hardnekkige weigering van de legitimaris om te voldoen aan een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 22 november 2017, waarin het bezit van de goederen van de nalatenschap aan de executeur is toegekend.
De legitimaris is eerder geschorst en ontslagen als executeur-testamentair en heeft tegen het vonnis van 22 november 2017 hoger beroep ingesteld, dat nog niet is beslist. Ondanks verbeurde dwangsommen en diverse procedures blijft de legitimaris zich verzetten tegen de inbezitneming door de executeur en stelt dat de toekenning niet rechtsgeldig is.
Het Gerecht oordeelt dat de legitimaris zich aan het uitvoerbare vonnis moet houden en dat de eerdere dwangsommen onvoldoende prikkel vormden. Daarom wordt een hogere dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen. Tevens wordt de legitimaris veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De legitimaris wordt verboden zijn legitimaire rechten uit te oefenen en moet de inbezitneming door de executeur gedogen onder dreiging van een hoge dwangsom.