ECLI:NL:OGEAA:2019:490

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 mei 2019
Publicatiedatum
15 augustus 2019
Zaaknummer
AUA201800952
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gezamenlijk gezag en vaststelling aanvullende omgangsregeling tussen ouders

In deze zaak verzocht de vader om gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen met de moeder. Het gerecht baseerde zich op een rapport van de Voogdijraad en eerdere zittingen, waaruit bleek dat de ouders niet adequaat met elkaar communiceren en niet bereid zijn dit te verbeteren. Hierdoor bestaat een groot risico dat de kinderen klem komen te zitten tussen de ouders.

Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd daarom afgewezen. Daarnaast vroeg de vader een wijziging van de omgangsregeling, omdat hij de kinderen feitelijk elk weekend bij zich heeft en nu door de weeks omgang wil. De moeder verzette zich hiertegen, stellende dat dit omslachtig is.

Het gerecht hield rekening met de weekenddiensten van de moeder en stelde een aanvullende omgangsregeling vast waarbij de vader de kinderen in weken zonder weekenddienst van woensdagmiddag tot vrijdagmiddag bij zich mag hebben. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en een aanvullende omgangsregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

Beschikking van 28 mei 2019
Behorend bij EJ nr. AUA201800952
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[VERZOEKER],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,
tegen
[VERWEERSTER],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.
Belanghebbenden:
[NAAM MINDERJARIGE 1], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
[NAAM MINDERJARIGE 2], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,
de minderjarigen.

1.DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 21 augustus 2018, waarbij een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen is bepaald, en de Voogdijraad is verzocht een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de vraag of een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen tussen de ouders klem of verloren zouden raken, indien de ouders gezamenlijk het gezag zouden uitoefenen.
De verdere procedure blijkt uit:
- het rapport van de Voogdijraad van 23 november 2018;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 5 februari 2019, waar alleen de gemachtigden van partijen, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, [naam raadsonderzoeker], aanwezig waren;
- de akte zijdens de vader, ingediend op 26 februari 2019;
- de antwoordakte zijdens de moeder, ingediend op 19 maart 2019.
De uitspraak .

2.DE VERDERE BEOORDELING

Gezag

2.1
Aan de orde is het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarigen te worden belast.
2.2
Zoals het gerecht bij de tussenbeschikking van 5 februari 2019 heeft overwogen, is voor het uitoefenen van het gezamenlijk gezag vereist, dat de ouders in feite in staat zijn beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg te nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. Dit vergt een goede communicatie tussen de ouders.
2.3
Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden afgeleid dat de ouders niet in staat zijn om op een adequate manier met elkaar te communiceren. Beiden hebben ook aangegeven niet bereid te zijn te proberen hierin verbetering te brengen. Door het handelen van de ouders komen de minderjarigen in een loyaliteitsconflict terecht. Onder deze omstandigheden bestaat er een groot risico dat de minderjarigen klem zullen geraken tussen de ouders indien zij gezamenlijk het gezag zullen uitoefenen. De Voogdijraad adviseert dan ook het verzoek van de vader af te wijzen.
2.4
Ter zitting heeft de gemachtigde namens de vader zich gerefereerd aan het oordeel van het gerecht. Gelet hierop en op het rapport van de Voogdijraad, is het gerecht van oordeel dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken tussen de ouders indien zij het gezamenlijk gezag zouden uitoefenen, terwijl gelet op het verleden, hierin binnen afzienbare tijd ook geen verbetering valt te verwachten. Het verzoek van de vader zal dan ook worden afgewezen.
Omgang
2.5
De vader heeft bij akte aanvulling c.q. wijziging van de vastgestelde omgangsregeling verzocht. Hij heeft daartoe gesteld dat hij nu feitelijk de kinderen elk weekend bij zich heeft, waardoor hij een weekendvader is geworden. Hij wil een keer per maand in plaats van in het weekend, door de weeks, namelijk van woensdag tot vrijdag, omgang hebben. De moeder heeft zich hiertegen verzet en acht deze wijziging omslachtig en niet gestructureerd.
2.6
Bij de vaststelling van de omgangsregeling bij beschikking van 21 augustus 2018, is rekening gehouden met de weekenddiensten die moeder draait, namelijk drie diensten per maand. Dat hierin verandering is gekomen, is gesteld noch gebleken. Het gerecht ziet in hetgeen partijen verder over en weer hebben aangevoerd aanleiding voor de volgende aanvulling op de reeds vastgestelde omgangsregeling.
2.7
Het gerecht ziet in de aard van het verzoek aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt dat naast de reeds vastgestelde omgangsregeling, de volgende aanvullende omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen zal gelden:
- in de week waarin de moeder geen weekenddienst draait: van woensdagmiddag na school tot vrijdagmiddag 16.30 uur, waarbij de vader de minderjarigen op woensdag van school haalt en vrijdagmiddag thuis afzet;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 28 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.