Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
…)
Onderwerp: opzegging dienstverband
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster was arbeidscontractant bij het Land Aruba op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van de regeerperiode van het Kabinet Mike Eman II. Na de regeringswisseling in november 2017 werd haar arbeidsovereenkomst geacht te zijn geëindigd, maar zij bleef enige tijd werkzaamheden verrichten. Het Land zegde haar dienstverband op met inachtneming van een opzegtermijn, nadat een voorgenomen benoeming tot ambtenaar niet werd doorgezet.
Verzoekster stelde dat haar ontslag kennelijk onredelijk was en dat zij in vaste dienst was hangende haar benoeming tot ambtenaar. Het Land betwistte dit en stelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en dat de opzegging niet onredelijk was.
De rechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst na 17 november 2017 stilzwijgend was verlengd en dat het ontslag niet voldeed aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, mede omdat het Land geen rekening had gehouden met de positie van verzoekster en geen vergoeding had aangeboden. Wedertewerkstelling was feitelijk onmogelijk vanwege opheffing van de overheidsdienst SCB. Daarom werd een vergoeding van circa twee maanden loon toegekend en het Land veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag kennelijk onredelijk; vergoeding van circa twee maanden loon toegekend, wedertewerkstelling afgewezen.