Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
…)
Onderwerp: opzegging dienstverband
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker was op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van het Land Aruba gedurende de regeerperiode van het Kabinet Mike Eman II. Na de regeringswisseling en opheffing van de overheidsdienst SCB werd zijn arbeidsovereenkomst niet verlengd en is hij ontslagen. Verzoeker betoogt dat hij feitelijk in vaste dienst was en dat het ontslag kennelijk onredelijk is.
De rechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde, maar dat verzoeker na die datum nog werkzaamheden verrichtte op basis van een stilzwijgende verlenging. Het Land Aruba handelde niet in strijd met de wet, maar het ontslag voldoet niet aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, mede omdat geen rekening is gehouden met de belangen van verzoeker en geen vergoeding is aangeboden.
Vanwege de opheffing van de SCB is wedertewerkstelling feitelijk onmogelijk. Daarom kent de rechter een billijke vergoeding toe van circa twee maanden loon en veroordeelt het Land tot betaling van proceskosten. Het verzoek tot wedertewerkstelling en dwangsom wordt afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag is kennelijk onredelijk en verzoeker krijgt een vergoeding van circa twee maanden loon, maar geen wedertewerkstelling.