Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
…)
Onderwerp: opzegging dienstverband
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster was sinds 2010 op basis van arbeidsovereenkomsten bij het Land Aruba werkzaam, laatstelijk als arbeidscontractant voor de duur van de regeerperiode van het Kabinet Mike Eman II. Na de instelling van de overheidsdienst SCB in 2016 werd zij geselecteerd om daar te werken en was zij in de laatste fase van benoeming tot ambtenaar, inclusief medische geschiktheid. Na de verkiezingen van september 2017 en de regeringswisseling in november 2017 werd het kabinet Eman II opgevolgd door het kabinet Wever-Croes I, dat de SCB opheef.
De ministerraad had op 10 oktober 2017 besloten verzoekster als ambtenaar in tijdelijke dienst te benoemen, maar dit besluit werd op 6 december 2017 ingetrokken vanwege de demissionaire status van het kabinet. Het Land zegde het dienstverband van verzoekster op per 31 januari 2018, met een opzegtermijn van één maand. Verzoekster betoogde dat zij in vaste dienst was hangende haar benoeming en dat het ontslag kennelijk onredelijk was, stellende dat het Land handelde in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het gerecht oordeelde dat verzoekster niet als ambtenaar was benoemd, maar dat haar arbeidsovereenkomst stilzwijgend was verlengd na 17 november 2017. De opzegging werd getoetst aan redelijkheid en billijkheid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het Land had onvoldoende rekening gehouden met verzoeksters positie en bood geen vergoeding aan. De opzegging werd daarom als onaanvaardbaar beoordeeld. Herstel van de dienstbetrekking was feitelijk onmogelijk vanwege opheffing SCB. Het gerecht kende verzoekster een bruto vergoeding toe van Afl. 20.540,- en veroordeelde het Land in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag werd als kennelijk onredelijk beoordeeld; verzoekster krijgt een vergoeding van circa vier maanden loon, herstel dienstbetrekking wordt afgewezen.