ECLI:NL:OGEAA:2019:47

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 januari 2019
Publicatiedatum
29 januari 2019
Zaaknummer
AUA201802646
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BW ArubaArt. 1:263 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige wegens mishandeling en verwaarlozing

De minderjarige, geboren in 2010 uit de relatie tussen de vader en moeder, is erkend door de vader, maar de moeder oefent het gezag uit. Op 4 juni 2018 is de minderjarige voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd en geplaatst in het Kindertehuis Imeldahof.

De Voogdijraad verzoekt ondertoezichtstelling voor één jaar met benoeming van een gezinsvoogdes en bevestiging van de plaatsing in het tehuis. Uit het rapport van 8 augustus 2018 blijkt dat de minderjarige zowel fysieke als emotionele mishandeling en verwaarlozing ondervindt in de thuissituatie bij de moeder, die niet in staat is de veiligheid en het welzijn van het kind te waarborgen vanwege gebrek aan pedagogische vaardigheden en emotionele onbeschikbaarheid.

Het gerecht oordeelt dat de minderjarige zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd en dat ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing noodzakelijk is. Tevens wordt de moeder geadviseerd psychologische behandeling en opvoedingsondersteuning te volgen. De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht voor één jaar, benoemt de voorgestelde gezinsvoogdes en beveelt de plaatsing in het Kindertehuis Imeldahof, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en geplaatst in het Kindertehuis Imeldahof voor de duur van één jaar met benoeming van een gezinsvoogdes.

Uitspraak

Beschikking van 22 januari 2019
behorend bij EJ nr. AUA201802646
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,
Belanghebbenden:
[moeder], de moeder, wonende in Aruba,
[vader], de vader, wonende in Nederland,
[voorgestelde gezinsvoogdes], de voorgestelde gezins.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 23 augustus 2018,
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 20 november 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de Voogdijraad bij mevrouw [raadsonderzoeker], de moeder in persoon en de voorgestelde gezinsvoogdes, mevrouw [voorgestelde gezinsvoogdes]. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is uit de relatie tussen de vader en de moeder geboren. Zij is door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.
2.2
Op 4 juni 2018 is de minderjarige door het openbaar ministerie voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd en geplaatst in het Kindertehuis Imeldahof.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar met benoeming van [voorgestelde gezinsvoogdes] als gezinsvoogdes. Tevens wordt de plaatsing van de minderjarige in Imeldahof verzocht.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
4.2
Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en overweegt daartoe als volgt.
4.2.1
De Voogdijraad concludeert in het rapport van 8 augustus 2018 dat er sprake is van zowel fysieke als emotionele mishandeling en verwaarlozing van de minderjarige in de thuissituatie bij moeder, met als gevolg dat de ontwikkeling van de minderjarige met zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd. De moeder kan de veiligheid en het welbevinden van de minderjarige niet garanderen door gebrek aan pedagogische vaardigheden om met de problematiek om te gaan en haar emotionele onbeschikbaarheid. Geadviseerd wordt om de minderjarige onder toezicht te stellen met uithuisplaatsing, zodat zij rust, stabiliteit en structuur krijgt, alsmede begeleiding en trainingen. Voor de moeder wordt psychologische behandeling en opvoedingsondersteuning geadviseerd.
4.2.2
Naar het oordeel van het gerecht is een ondertoezichtstelling, binnen welk kader de benodigde hulpverlening wordt opgestart en erop wordt toegezien dat de moeder een hulpverleningstraject volgt, daarom aangewezen.
4.3
Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de rechter het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Het gerecht is van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is dat zij wordt opgenomen in het Kindertehuis Imeldahof.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,
benoemt
[voorgestelde gezinsvoogdes]tot gezinsvoogdes,
beveelt de plaatsing van [minderjarige] in het Kindertehuis Imeldahof, voor de duur van één jaar ingaande heden,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 22 januari 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.