Uitspraak
[Naam gedaagde sub 2],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak vordert de RBC Royal Bank (Aruba) N.V. de opheffing van het eigenbeslag dat A.G. Real Estate N.V. op 27 mei 2019 heeft gelegd op de vordering van de bank jegens hen. De bank stelt dat het beslag onnodig is omdat zij voldoende liquide middelen heeft om aan een eventuele veroordeling te voldoen en dat het beslag misbruik van beslagrecht is, gericht op frustratie van de executoriale verkoop van onroerende goederen.
Gedaagden voeren verweer, maar dit wordt slechts voorwaardelijk behandeld. Het gerecht stelt vast dat conservatoir beslag slechts dient om een geldvordering veilig te stellen en dat de bank een balanstotaal heeft van US$ 957 miljoen, wat voldoende zekerheid biedt. Er is geen aannemelijk risico dat de bank haar vermogen aan verhaal zal onttrekken.
Het gerecht oordeelt daarom dat het eigenbeslag onnodig is en heft het op op grond van artikel 705 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba. De voorwaardelijke eis in reconventie komt daarmee te vervallen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van de bank worden begroot op Afl. 1.655,65 plus salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het gerecht heft het eigenbeslag op omdat dit onnodig is en veroordeelt gedaagden in de proceskosten.