ECLI:NL:OGEAA:2019:43
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging fictieve afwijzing bezwaar tijdelijke verblijfsvergunning Aruba
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om een tijdelijke verblijfsvergunning door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie van Aruba. Nadat het bestuursorgaan geen beslissing nam op het bezwaar, stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Het gerecht constateert dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek geen reële beslissing op het bezwaar was genomen. De zogenoemde fictieve, ongemotiveerde afwijzing op grond van artikel 23, tweede lid, van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) kan daardoor niet in stand blijven.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve beslissing wordt vernietigd en het bestuursorgaan wordt opgedragen binnen drie maanden een gemotiveerde beslissing te nemen. Tevens wordt het door appellant betaalde griffierecht teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter M. Soffers en is op 21 januari 2019 uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestuursorgaan moet binnen drie maanden een reële beslissing nemen op het bezwaar.