ECLI:NL:OGEAA:2019:42
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep en teruggave griffierecht na verlening verblijfsvergunning
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om een tijdelijke verblijfsvergunning door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. Nadat het bezwaar niet tijdig werd behandeld, stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de procedure verleende de Minister alsnog de gevraagde vergunning bij beslissing op bezwaar, waardoor het belang van het beroep kwam te vervallen. Appellant verzocht vervolgens om teruggave van het betaalde griffierecht.
Het Gerecht overwoog dat door de positieve beslissing op bezwaar de eerdere fictieve afwijzing was ingetrokken of gewijzigd, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd de teruggave van het griffierecht gelast conform artikel 30, tweede lid, van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Soffers op 21 januari 2019. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen zes weken na dagtekening.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan appellant teruggegeven.