ECLI:NL:OGEAA:2019:42

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 januari 2019
Publicatiedatum
29 januari 2019
Zaaknummer
AUA201802069
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 30, tweede lid, Landsverordening Administratieve Rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep en teruggave griffierecht na verlening verblijfsvergunning

Appellant had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om een tijdelijke verblijfsvergunning door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. Nadat het bezwaar niet tijdig werd behandeld, stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Tijdens de procedure verleende de Minister alsnog de gevraagde vergunning bij beslissing op bezwaar, waardoor het belang van het beroep kwam te vervallen. Appellant verzocht vervolgens om teruggave van het betaalde griffierecht.

Het Gerecht overwoog dat door de positieve beslissing op bezwaar de eerdere fictieve afwijzing was ingetrokken of gewijzigd, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd de teruggave van het griffierecht gelast conform artikel 30, tweede lid, van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.

De uitspraak werd gedaan door rechter M. Soffers op 21 januari 2019. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen zes weken na dagtekening.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan appellant teruggegeven.

Uitspraak

Uitspraak van 21 januari 2019
Lar nr. AUA201802069
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[apellant],
wonende in Aruba,
Appellant,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
gericht tegen:
de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS)

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 13 maart 2018 heeft verweerder het verzoek van appellant om verlening van een tijdelijke verblijfsvergunning, afgewezen.
Appellant heeft bij brief van 26 maart 2018, ingekomen op 28 maart 2018, bezwaar gemaakt tegen de afwijzende beslissing.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 11 juli 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Op 2 oktober 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Op 11 september 2018 is bij beslissing op bezwaar alsnog de door appellant verzochte vergunning verleend.
Uitspraak is nader bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
In het verweerschrift heeft verweerder aangevoerd dat de bestreden beschikking van 11 september 2018 is heroverwogen en dat er inmiddels een positieve beslissing is genomen op het verzoek van appellant. Ter zitting van 3 december 2018 heeft appellant verzoekt dat aan hem de vergunning zoals verzocht, is verleend en dat de zaak geen doorgang hoeft te vinden. Onder deze omstandigheden is het belang van het onderhavig beroep komen te ontvallen.
2.2
Bij voornoemde brief heeft appellant verzocht om teruggave van het door appellant betaalde griffierecht. Het gerecht overweegt dat met de honorering van het verzoek van appellant de in beroep bestreden fictieve afwijzende beschikking door verweerder ten voordele van appellant ingetrokken dan wel gewijzigd dient te worden geacht. Onder deze omstandigheden bestaat aanleiding te gelasten dat het betaalde griffierecht wordt teruggegeven (artikel 30, tweede lid, van de Lar).

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- gelast teruggave aan appellant van het door haar aan griffierecht betaalde bedrag van Afl. 25.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 21 januari 2019, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.