ECLI:NL:OGEAA:2019:41

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 januari 2019
Publicatiedatum
29 januari 2019
Zaaknummer
AUA201801849
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave griffierechten na verlening tijdelijke verblijfsvergunning

In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 21 januari 2019 uitspraak gedaan in een beroep op basis van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar). Appellant, vertegenwoordigd door mr. D.G. Kock, had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om een tijdelijke verblijfsvergunning door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, vertegenwoordigd door mr. N.R. Sneek. De afwijzing vond plaats op 14 maart 2018, waarna appellant op 21 maart 2018 bezwaar indiende. Op 27 juni 2018 werd beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het bezwaar. Op 15 oktober 2018 verleende de verweerder alsnog de gevraagde vergunning, wat leidde tot de vraag of het beroep nog ontvankelijk was.

Tijdens de zitting op 3 december 2018 verzocht appellant om de vergunning te verlenen en dat de zaak geen doorgang meer behoefde. Het gerecht oordeelde dat het belang van het beroep was komen te vervallen, aangezien de vergunning inmiddels was verleend. Appellant verzocht ook om teruggave van het betaalde griffierecht. Het gerecht oordeelde dat, nu de bestreden beschikking was ingetrokken, er aanleiding was om het griffierecht terug te geven op basis van artikel 30, tweede lid, van de Lar.

De rechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en gelastte de teruggave van het griffierecht van Afl. 25 aan appellant. De uitspraak werd gedaan door mr. M. Soffers en is openbaar uitgesproken op 21 januari 2019. Beide partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitspraak

Uitspraak van 21 januari 2019
Lar nr. AUA201801849
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellant],
wonende in Aruba,
Appellant,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
gericht tegen:
de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
Gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS)

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 14 maart 2018 heeft verweerder het verzoek van appellant om verlening van een tijdelijke verblijfsvergunning, afgewezen.
Appellant heeft bij brief van 21 maart 2018 bezwaar gemaakt tegen de afwijzende beslissing.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 27 juni 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Op 15 oktober 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Op 15 oktober 2018 is bij beslissing op bezwaar alsnog de door appellant verzochte vergunning verleend.
Uitspraak is nader bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
In het verweerschrift heeft verweerder aangevoerd dat de bestreden beschikking van 14 maart 2018 is heroverwogen en dat er inmiddels een positieve beslissing is genomen op het verzoek van appellant. Ter zitting van 3 december 2018 heeft appellant verzocht dat aan hem de vergunning zoals verzocht, is verleend en dat de zaak geen doorgang hoeft te vinden. Onder deze omstandigheden is het belang van het onderhavig beroep komen te ontvallen.
2.2
Bij voornoemde brief heeft appellant verzocht om teruggave van het door appellant betaalde griffierecht. Het gerecht overweegt dat met de honorering van het verzoek van appellant de in beroep bestreden fictieve afwijzende beschikking door verweerder ten voordele van appellant ingetrokken dan wel gewijzigd dient te worden geacht. Onder deze omstandigheden bestaat aanleiding te gelasten dat het betaalde griffierecht wordt teruggegeven (artikel 30, tweede lid, van de Lar).

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- gelast teruggave aan appellant van het door haar aan griffierecht betaalde bedrag van Afl. 25.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 21 januari 2019, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.