ECLI:NL:OGEAA:2019:407

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 juli 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
AUA201901394
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BW ArubaArt. 1:263 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige met benoeming gezinsvoogdes en plaatsing in Orthopedagogisch Centrum

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft op 2 juli 2019 een beschikking gegeven op verzoek van de Voogdijraad betreffende een minderjarige geboren in 2005 in Nederland. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar de minderjarige kampt met gedragsstoornissen zoals ADHD en ODD. De moeder beschikt niet over de benodigde pedagogische vaardigheden en mishandelt het kind emotioneel en fysiek, terwijl de vader weinig betrokken is.

De rechter heeft op basis van artikel 1:254 BW Pro Aruba geoordeeld dat de omstandigheden van de minderjarige zodanig zijn dat hij bedreigd wordt in zijn zedelijke en lichamelijke ontwikkeling. Daarom is ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar noodzakelijk. Tevens is op grond van artikel 1:263 BW Pro Aruba besloten dat opname in het Orthopedagogisch Centrum noodzakelijk is voor zijn verzorging en opvoeding.

De beschikking benoemt een gezinsvoogdes en verklaart de maatregel uitvoerbaar bij voorraad. De vader is ondanks oproep niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. De moeder en vertegenwoordigers van de Voogdijraad en de Fundacion Guia Mi waren wel aanwezig.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor één jaar onder toezicht gesteld met benoeming van een gezinsvoogdes en plaatsing in het Orthopedagogisch Centrum.

Uitspraak

Beschikking van 2 juli 2019
behorend bij EJ nr. AUA201901394
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarige:
[naam kind], geboren op [geboortedatum] 2005 in Nederland.
Belanghebbenden:
[naam moeder], de moeder,
[naam vader], de vader,
[naam voogdes], de voorgestelde gezins.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 25 april 2019,
  • het minderjarigenverhoor van 3 juni 2019,
  • de mondelinge behandeling van 4 juni 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon, namens de Voogdijraad mevrouw [medewerker 1] en mevrouw [medewerker 2] en namens de Fundacion Guia Mi mevrouw [medewerker 1]. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder is [naam kind] op [geboortedatum] 2005 in Nederland geboren.
2.2
Bij beschikking van 12 september 2011 (behorend bij EJ nr. 1794 van 2011) is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is bepaald dat de ouders het gezag gezamenlijk blijven uitoefenen.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar met benoeming van mevrouw [naam voogdes] als gezinsvoogdes. Tevens wordt de plaatsing van de minderjarige in het Orthopedagogisch Centrum verzocht.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
4.2
Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en overweegt daartoe als volgt.
Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat de minderjarige met gedragsstoornissen ADHD en ODD kampt. Hij heeft moeite met structuur en regels te volgen. De moeder beschikt niet over pedagogische vaardigheden en heeft geen inzicht in haar aandeel in de problematiek. Moeder voelt zich machteloos waardoor zij emotioneel en fysiek mishandelend wordt naar de minderjarige toe. De vader woont in Curaçao en is weinig betrokken bij de opvoeding van de minderjarige. De minderjarige wordt onder de huidige omstandigheden bedreigd met de zedelijke en lichamelijke ondergang onder het gezag van de ouders.
4.3
Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de rechter het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Het gerecht is van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is dat hij wordt opgenomen in het Orthopedagogisch Centrum.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt [naam kind], geboren op [geboortedatum] 2005 in Nederland, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,
benoemt [naam voogdes] tot gezinsvoogdes,
beveelt de plaatsing van [naam kind] in het Orthopedagogisch Centrum, voor de duur van één jaar ingaande heden,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op dinsdag 2 juli 2019 door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.