ECLI:NL:OGEAA:2019:398

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 juli 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
AUA201900188
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning voogdijbesluiten in burgerlijke stand Aruba

De vader verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 BW Pro af te geven, waarbij uitspraken van een Haïtiaanse rechter uit 2011 over de voogdij van zijn kinderen erkend zouden worden in Aruba. Dit verzoek had tot doel de verblijfsstatus van de kinderen in Aruba te regelen.

De feiten betreffen twee kinderen geboren in Haïti, erkend door de vader, met voogdij toegekend aan de vader door een Haïtiaanse rechtbank. De kinderen wonen bij de vader in Aruba zonder verblijfstitel. Tijdens de zitting verschenen de vader en de ambtenaar van de burgerlijke stand, maar de moeders niet.

Het gerecht oordeelde dat de voogdijbesluiten niet vatbaar zijn voor opname in het register van de burgerlijke stand, omdat dit register geen informatie over voogdij bevat. Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan alleen een verklaring worden afgegeven voor akten of uitspraken die naar hun aard geschikt zijn voor opname in het register. Daarom is het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot opname van voogdijbesluiten in het register van de burgerlijke stand wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 2 juli 2019
behorend bij EJ. nr. AUA201900188
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[VERZOEKER],
wonende in Aruba, te [adres],
VERZOEK, hierna: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[BELANGHEBBENDE 1], hierna [belanghebbende 1], wonende in Aruba,
[BELANGHEBBENDE 2], hierna [belanghebbende 2], wonende in Aruba,
[BELANGHEBBENDE 3],hierna [belanghebbende 3], wonende in Haïti,
[BELANGHEBBENDE 4], hierna [belanghebbende 4], wonende in Haïti,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 18 januari 2019,
  • de mondelinge behandeling van 21 mei 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoeker in persoon en de ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij [naam ambtenaar]. Beide moeders zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1 [
belanghebbende 1] is op [geboortedatum] 2000 in Haïti geboren uit de relatie tussen verzoeker en [naam moeder 1]. [belanghebbende 1] is door de vader erkend.
2.2 [
belanghebbende 2] is op [geboortedatum] 2003 in Haïti geboren uit de relatie tussen verzoeker en [naam moeder 2]. [belanghebbende 2] is door de vader erkend.
2.3
Bij uitspraken van “Le Tribunal de Première Instance de la Croix-des-Bouquets” van 23 november 2011 heeft de Haїtiaanse rechter – kort gezegd – de voogdij over voornoemde kinderen toegekend aan de vader.
2.4
De kinderen wonen bij de vader in Aruba en hebben thans geen verblijfstitel.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraken van 23 november 2011. Daartoe is ter zitting gesteld dat het in het belang van de minderjarige [belanghebbende 2] en de thans meerderjarige [belanghebbende 1] is dat voornoemde beslissingen in Aruba worden erkend opdat hun verblijfsstatus hier te lande geregeld kan worden.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een van de registers van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde uitspraken d.d. 22 september 2011 zijn naar hun aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent “voogdij” bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 2 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.