ECLI:NL:OGEAA:2019:372
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren inbewaring en uitzetting verzoeker van Venezolaanse nationaliteit
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is op 27 mei 2019 in bewaring gesteld door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. De rechter-commissaris heeft op 31 mei 2019 geoordeeld dat deze vrijheidsontneming rechtmatig is. Verzoeker heeft vervolgens op 7 juni 2019 een verzoek ingediend om de inbewaringstelling op te heffen, op grond van artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu).
De zaak is behandeld op 12 juni 2019 waarbij verzoeker in persoon verscheen, bijgestaan door zijn advocaat. De minister werd vertegenwoordigd door mr. M.P. Jansen. De rechter-commissaris toetst in deze procedure niet opnieuw de rechtmatigheid van de inbewaringstelling zelf, maar beoordeelt of het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is, met name of er zicht is op uitzetting en of daaraan voldoende wordt gewerkt.
Gelet op de korte tijd sinds de eerdere toetsing is er geen reden om te oordelen dat de minister onvoldoende aan de uitzetting werkt. Tevens is van belang dat verzoeker verplicht is mee te werken aan zijn uitzetting. Bij de belangenafweging concludeert de rechter-commissaris dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig is.
Daarom wijst de rechter-commissaris het verzoek af en blijft de inbewaringstelling gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt afgewezen omdat het voortduren van de bewaring rechtmatig is.