Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[ Verzoeker ],
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Wettelijk kader
;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker, van Dominicaanse nationaliteit, werd door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie bevolen Aruba te verlaten omdat zijn tijdelijke verblijfsvergunning was verlopen en hij illegaal verbleef en werkte. Verzoeker had op 8 maart 2017 een nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend, maar had niet aannemelijk gemaakt dat deze aanvraag zou worden ingewilligd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het feit dat een aanvraag was ingediend niet betekent dat het bevel tot uitzetting niet in redelijkheid kon worden gegeven. Zelfs als de aanvraag voor 2017 en 2018 zou worden goedgekeurd, zou verzoeker in mei 2019 nog steeds geen geldige verblijfstitel bezitten.
De rechter stelde vast dat de minister bevoegd was tot uitzetting op grond van de geldende wetgeving en dat verzoeker geen grond had voor schorsing van het bevel. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen en de uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen omdat verzoeker geen geldige verblijfstitel heeft en zijn aanvraag niet aannemelijk is.