ECLI:NL:OGEAA:2019:331

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
22 mei 2019
Publicatiedatum
11 juni 2019
Zaaknummer
AUA201803338
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ontbreken contractspartij tussen eiser en gedaagde

Eiser vordert betaling van een bedrag van 1.600 gulden vermeerderd met contractuele rente, administratiekosten en incassokosten van gedaagde, Life Changing Formulas N.V. (LCF). Gedaagde voert verweer dat zij geen contractspartij is en daarom niet aansprakelijk is voor de vordering.

Tijdens de procedure heeft het Gerecht vastgesteld dat de eigenaar van het pand opdracht heeft gegeven tot schilderwerkzaamheden en niet LCF. Eiser heeft deze stelling onvoldoende bestreden, waardoor vaststaat dat LCF niet contractueel gebonden is aan eiser.

Op grond hiervan wijst het Gerecht de vordering van eiser af en veroordeelt eiser in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat LCF niet werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Het vonnis is uitgesproken op 22 mei 2019.

Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen omdat gedaagde geen contractspartij is.

Uitspraak

Vonnis van 22 mei 2019
Behorend bij A.R.B.B. nr. AUA201803338
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[EISER],
wonende in Aruba,
EISER,
hierna ook te noemen: [EISER],
gemachtigde: de advocaat mr. lic. B.M. de Sousa,
tegen:
de naamloze vennootschap
LIFE CHANGING FORMULAS N.V.
h.o.d.n.
ARUBA LIVING TODAY ADVISORY SERVICES,
gevestigd in Aruba,
GEDAAGDE,
hierna ook te noemen: LCF,
gemachtigde: de heer [DIRECTEUR] (directeur).
DE PROCEDURE
1.1 Voor het verloop van de procedure tot 23 januari 2019 wordt verwezen naar het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 19 februari 2019. [EISER] is toen verschenen samen met haar gemachtigde, voor wie mr. D. de Sousa-Croes heeft geoccupeerd. LCF is verschenen bij haar directeur voornoemd. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.2 Vonnis is nader bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [
EISER] verzoekt dat het Gerecht bij betalingsbevel LCF beveelt om aan [EISER] te betalen Afl. 1.600,--, te vermeerderen met (1) de contractuele rente ad 1% per maand, (2) de contractuele administratiekosten ad 1% per maand, beiden gerekend vanaf 11 december 2017, en (3) met 15% aan overeengekomen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens.
2.2
LCF voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door [EISER] verzochte.

3.DE VERDERE BEOORDELING

3.1
Het Gerecht volhardt bij zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.
3.2
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis wordt het volgende verder overwogen. [EISER] heeft de stelling van LCF, dat niet zij maar de bij partijen genoegzaam bekende eigenaar van het in Aruba te [adres] gelegen pand opdracht heeft gegeven aan [EISER] tot het verrichten van schilderwerkzaamheden aan dat pand, niet of onvoldoende bestreden. Vast komt daarom te staan dat LCF ter zake van die werkzaamheden niet de contractspartij is van [EISER] en daarom niets verschuldigd is aan [EISER].
3.3
Vorenstaande brengt mee dat de vordering van [EISER] zal worden afgewezen.
3.4 [
EISER] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van LCF. Die kosten worden begroot op nihil omdat LCF in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
-wijs af het door [EISER] verzochte;
-veroordeelt [EISER] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van LCF, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.