ECLI:NL:OGEAA:2019:316
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ontbreken gegronde vrees vervolging en schending EVRM artikel 3
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Aruba in, stellende te vrezen voor vervolging wegens desertie uit de Marine Infanterie in Venezuela. Na afwijzing van het asielverzoek door verweerder, werd een verzoek tot schorsing van deze beschikking ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Het gerecht beoordeelde of verzoeker een gegronde vrees voor vervolging heeft in de zin van het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Verweerder stelde dat verzoeker sinds september 2014 niet meer werd gezocht, zonder belemmering kon reizen en een binnenlands vestigingsalternatief had.
Het gerecht oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk vervolging zal ondervinden of dat de algemene veiligheidssituatie in Venezuela zodanig is dat terugkeer onaanvaardbaar is. De veiligheidssituatie is zorgelijk, maar niet zodanig dat een burger louter door aanwezigheid een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling.
Daarom is het verzoek tot schorsing van de afwijzing van het asielverzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de afwijzing van het asielverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor vervolging of schending van artikel 3 EVRM.