Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[ Verzoeker ],
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,
PROCESVERLOOP
BESLISSING
- Verklaart het verzoek deels niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek voor het overige af.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoekschrift ingediend tegen het bevel tot uitzetting dat door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie is bevolen. Het verzoek betrof onder meer de opheffing van vreemdelingenbewaring en het aanvechten van het uitzettingsbevel.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek tot opheffing van de vreemdelingenbewaring niet-ontvankelijk omdat een dergelijk verzoek schriftelijk moet worden gericht aan de rechter-commissaris. Voor het overige werd het verzoek afgewezen omdat er geen gronden waren aangevoerd die het bevel tot uitzetting in rechte zouden kunnen doen vervallen.
Hoewel verweerder ter zitting mededeelde dat er een asielaanvraag was ingediend, achtte de rechter dit geen reden om het bevel tot uitzetting onrechtmatig te verklaren. De verwijdering was tijdelijk opgeschort in afwachting van de beslissing op het asielverzoek, maar dit deed niets af aan de rechtmatigheid van het uitzettingsbevel.
De uitspraak werd gedaan tijdens een openbare terechtzitting op 8 mei 2019 door rechter M. Soffers. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van vreemdelingenbewaring is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tegen het bevel tot uitzetting is afgewezen.