ECLI:NL:OGEAA:2019:303
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Ontslag nietig verklaard en doorbetaling loon met wedertewerkstelling opgelegd
Verzoekster trad op 20 juli 2017 in dienst bij Kamini’s als keukenhulp met een uurloon van Afl. 8,23 voor 45 uur per week. Op 3 mei 2018 werd zij op staande voet ontslagen wegens een vermeende bedreiging van een collega, de echtgenoot van de directeur. Kamini’s stelde dat dit de druppel was na eerdere mondelinge waarschuwingen.
Het gerecht oordeelde dat Kamini’s onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om het ontslag als dringende reden te rechtvaardigen. De subjectieve dringende reden ontbrak, mede omdat Kamini’s niet kon specificeren wanneer en welke waarschuwingen waren gegeven. Hierdoor werd het ontslag nietig verklaard.
Kamini’s werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf de ontslagdatum tot een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met een gemaximeerde wettelijke verhoging van maximaal 15%. Tevens werd Kamini’s bevolen verzoekster binnen 10 dagen na betekening toe te laten tot haar werkzaamheden, met een dwangsom van Afl. 75,-- per dag bij niet-naleving.
Verder werd Kamini’s veroordeeld het verschil tussen het bedongen loon en het wettelijk minimumloon vanaf 20 juli 2017 te betalen, zonder matiging van de wettelijke verhoging, vanwege de kwalijke aard van de onderbetaling. Kamini’s werd ook veroordeeld in de proceskosten, terwijl verzoekster werd toegestaan kosteloos te procederen wegens onvermogen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard, Kamini’s moet loon doorbetalen, verzoekster wedertewerkstellen en het verschil met het minimumloon betalen.