Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2019:234

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 april 2019
Publicatiedatum
30 april 2019
Zaaknummer
AUA201900388
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning en appartementen in kort geding toegewezen

Eisers, wonende in het Verenigd Koninkrijk, vorderen in kort geding de ontruiming van een woning en appartementen in Aruba die zij in eigendom bezitten. Gedaagde huurt het onroerend goed op basis van een mondelinge huurovereenkomst tegen een maandelijkse huur van US$ 1.000.

De Huurcommissie heeft op 29 november 2018 toestemming gegeven tot opzegging van de huurovereenkomst met een opzegtermijn van één maand. Gedaagde heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt, waardoor de beschikking formele rechtskracht heeft gekregen. Eisers hebben de huurovereenkomst op 31 december 2018 opgezegd tegen 31 januari 2019, wat het gerecht als rechtsgeldig beoordeelt.

Het Gerecht beveelt gedaagde binnen vier weken na betekening van het vonnis de woning en appartementen te ontruimen en te verlaten, met afgifte van de sleutels aan eisers. Indien gedaagde niet aan dit bevel voldoet, moet hij de kosten van een gedwongen ontruiming door de deurwaarder vergoeden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen binnen vier weken de woning en appartementen te ontruimen en de sleutels aan eisers af te geven.

Uitspraak

Vonnis van 17 april 2019
Behorend bij K.G. AUA201900388
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:

1.[EISER 1],

en:

2.[EISER 2],

beiden wonende in het Verenigd Koninkrijk,
eisers,
hierna gezamenlijk ook te noemen: [eisers],
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,
tegen:
[GEDAAGDE],
wonende in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit
-het verzoekschrift met producties;
-de nadere beslissing van dit Gerecht dat de mondelinge behandeling van de zaak zal worden gehouden op de terechtzitting van maandag 11 maart 2019 om 10:00 uur.
1.2
Bij aanvang van die terechtzitting hebben partijen verklaard dat zij in onderhandeling zijn getreden teneinde het geschil in der minne te regelen. Partijen hebben in dat verband aanhouding van de zaak verzocht. De rechter heeft daarop de behandeling van de zaak geschorst en de zaak verwezen naar de eerst volgende parkeerrol onder de mededeling dat de meest gerede partij - zo gewenst - kan verzoeken de zaak weer op de gewone rol te plaatsten voor dag- en tijdbepaling voortzetting mondelinge behandeling.
1.3
Bij schrijven van 19 maart 2019 heeft de gemachtigde van [eisers] te kennen gegeven dat partijen geen regeling hebben bereikt en heeft hij dag- en tijdbepaling voortzetting mondelinge behandeling van de zaak verzocht. Voortzetting van die behandeling is vervolgens onder peremptoirstelling (P-1) bepaald op donderdag 28 maart 2019 om 14:30 uur.
1.4
Eiser sub 1 is in persoon samen met zijn gemachtigde ter zitting verschenen en eiseres sub 2 is verschenen bij haar gemachtigde. [gedaagde] is met zijn gemachtigde ter zitting verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - beiden mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota, beiden voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.5
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [
[eisers] hebben gesteld en gevorderd zoals omschreven in hun verzoekschrift.
2.2 [
gedaagde] heeft verweer gevoerd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het spoedeisend belang van [eisers] bij de door hen verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen.
3.2
Het Gerecht gaat er met [gedaagde] vanuit dat hij de aan [eisers] in eigendom toebehorende in Aruba te [adres] gelegen woning en appartementen (hierna: het onroerend goed) heeft gehuurd krachtens een tussen partijen gesloten mondelinge huuroverkomst tegen betaling van een maandelijkse huur van US$ 1.000,-- (hierna: de huurovereenkomst).
3.3
Vast staat in deze procedure dat de Huurcommissie bij beschikking van 29 november 2018 [eisers] toestemming heeft gegeven tot opzegging van de huurovereenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van één maand (hierna: de beschikking). [gedaagde] heeft geen beroep ingesteld bij dit Gerecht tegen de beschikking. De beschikking heeft daardoor formele rechtskracht verkregen.
3.4
Vast staat verder dat [eisers] bij een aan [gedaagde] op 31 december 2018 betekend deurwaardersexploot de huurovereenkomst hebben opgezegd tegen 31 januari 2019. Naar het oordeel van het Gerecht betreft dit een rechtsgeldige opzegging, met als gevolg dat White vanaf 1 februari 2019 zonder recht of titel in het onroerend goed verblijft. Dat brengt mee dat de vorderingen van [eisers] zullen worden toegewezen als na te melden, nu in een mogelijke bodemprocedure een zelfde oordeel valt te verwachten.
3.5
De door [eisers] verzochte machtiging om bij gebreke van ontruiming die zelf op kosten van [gedaagde] te bewerkstelligen (desnoods met behulp van politie en justitie) zal niet worden gegeven nu gedwongen ontruiming het exclusieve terrein van de deurwaarder is.
3.6
Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, nu het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet zijdens [gedaagde] bij afwijzing van het door [eisers] verzochte ten opzichte van de belangen van [eisers] bij toewijzing daarvan.
3.7 [
gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eisers], tot aan deze uitspraak begroot op (750,- + 242,55 =) Afl. 992,55 aan verschotten (griffiegeld en kosten van oproeping) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
-beveelt [gedaagde] om binnen vier (4) weken na de betekening van dit vonnis aan [gedaagde] de aan [eisers] in eigendom toebehorende in Aruba te [adres] gelegen woning en appartementen en het perceel waarop die woning en appartementen zijn gebouwd te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin of daarop van zijnentwege bevindende personen en goederen en met afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eisers];
-bepaalt dat indien [gedaagde] voormeld bevel niet of niet naar behoren opvolgt de door [eisers] betaalde kosten van gedwongen door de deurwaarder uit te voeren ontruiming dient te vergoeden aan [eisers];
-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eisers], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 992,55 aan verschotten (griffiegeld en kosten van oproeping) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 april 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.