ECLI:NL:OGEAA:2019:14
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in bestuursrechtelijke schadevergoeding
Appellant diende op 4 oktober 2016 een verzoek om schadevergoeding in bij de Directeur van de Dienst Openbare Werken. Dit verzoek werd bij beschikking van 30 maart 2017 afgewezen. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd op 30 mei 2017 niet-ontvankelijk verklaard. Pas op 22 augustus 2018 stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, ruim na de wettelijke termijn.
Het gerecht oordeelde dat het beroep niet tijdig was ingediend, aangezien het binnen twintig weken na het bezwaarschrift had moeten plaatsvinden, uiterlijk op 12 juli 2017. Appellant voerde onwetendheid over het recht en de Lar-procedure aan als reden voor de overschrijding, maar dit werd niet als verschoonbaar beschouwd.
Op grond van artikel 32, onderdeel a, van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) werd het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis werd uitgesproken door rechter mr. A.J.H. van Suilen op 7 januari 2019. Beide partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.