Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
5.DE UITSPRAAK
woensdag 27 maart 2019voor een akte aan de zijde van beide partijen naar aanleiding van hetgeen is overwogen onder 4.6.2 en 4.6.3 ,
P1;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Op 23 januari 2015 meldde eiseres zich bij de oogarts met ernstige oogklachten, waarbij een centrale retinale afsluiting (CRVO) werd vastgesteld. De doorverwijzing voor nader onderzoek kon niet plaatsvinden wegens defecte apparatuur, en er was onvoldoende follow-up en controle door de arts. Een laserbehandeling op 29 april 2015 werd voortijdig beëindigd door defecte laserapparatuur.
Eiseres verloor uiteindelijk het zicht in het linkeroog en diende een klacht in bij het Medisch Tuchtcollege Aruba, dat de klacht gegrond verklaarde en een berisping oplegde aan de arts. Eiseres vorderde vervolgens schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade.
Het gerecht oordeelde dat de arts en zijn praktijkvennootschap gezamenlijk als hulpverlener moeten worden beschouwd en dat de arts tekort is geschoten door de vertraagde behandeling, het ontbreken van adequate overdracht tijdens zijn afwezigheid en het gebruik van defecte apparatuur. De aansprakelijkheid voor de defecte apparatuur werd toegewezen aan de arts op grond van artikel 6:77 BW Pro.
Het causaal verband tussen het tekortschieten en de schade is nog onvoldoende vastgesteld. Daarom werd de zaak aangehouden voor een deskundigenbericht over het beloop van de ziekte zonder tekortkomingen van de arts. De kosten van het deskundigenbericht komen voor rekening van de gedaagden.
Het gerecht verwees de zaak naar de rolzitting voor nadere procedure en hield iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor een deskundigenbericht over het causaal verband tussen tekortschieten en schade.