ECLI:NL:OGEAA:2019:13

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
7 januari 2019
Publicatiedatum
15 januari 2019
Zaaknummer
AUA201802622 en AUA201802623
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 LAR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij schadevergoeding

Appellant heeft bij de Directeur van de Dienst Openbare Werken twee verzoeken om schadevergoeding ingediend, die beide zijn afgewezen. Tegen deze afwijzingen heeft appellant bezwaar gemaakt, maar de bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet gericht waren tegen beschikkingen in de zin van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (LAR).

Appellant stelde vervolgens beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, maar deed dit ruim na de wettelijke termijn van zes weken na de beslissing op bezwaar. Het beroepschrift werd pas meer dan een jaar later ingediend, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding.

Het Gerecht heeft appellant de mogelijkheid geboden om de overschrijding te verantwoorden, maar de aangevoerde onwetendheid over het recht en de LAR-procedure werd niet als verschoonbaar beschouwd. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is appellant gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Uitspraak van 7 januari 2019
Lar nrs. AUA201802622 en AUA201802623
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellant],
wonend in Aruba,
APPELLANT,
Procederend in persoon,
gericht tegen:
de Directeur van de Dienst Openbare Werken,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Appellant heeft aan verweerder verzocht om schadevergoedingen. Bij brieven van 4 oktober 2016 (schadenr. 2016-004) en 30 maart 2017 (schadenr. 2016-009) heeft verweerder beide verzoeken om schadevergoeding afgewezen.
Daartegen heeft appellant bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 30 mei 2017 heeft verweerder de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet zijn gericht tegen beschikkingen in de zin van de LAR.
Tegen de beslissing op het bezwaar heeft appellant op 22 augustus 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 32 LAR Pro kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen als het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het Gerecht vindt in dit geval daartoe aanleiding.
2.2
Appellant is niet tijdig in beroep gekomen tegen het beslissing op het bezwaar. De beslissing op bezwaar is van 30 mei 2017. Het beroepschrift diende binnen zes weken te zijn ingediend, dus uiterlijk op 11 juli 2017. Nu het beroepschrift op 22 augustus 2018 is ingediend, is de beroepstermijn ruimschoots overschreden.
2.3
Bij brief van 5 september 2018 heeft het gerecht appellant in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat hij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. In reactie daarop heeft appellant aangevoerd dat het indienen van zijn beroepschrift na de daarvoor gestelde termijn, te wijten is aan zijn onwetendheid met het recht en onbekendheid met de LAR-procedure. Het gerecht ziet hierin echter geen grond om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

3.BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 7 januari 2019, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.