ECLI:NL:OGEAA:2018:849

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 december 2018
Publicatiedatum
21 februari 2019
Zaaknummer
CVB nr. 2218 van 2016/ AUA201601600
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • J.R. Geerman
  • E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 1 LvZv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in ziekteverzekeringszaak

Appellant heeft tegen een beslissing van de Sociale Verzekeringsbank van 10 augustus 2016 beroep ingesteld. De bank had beslist dat appellant geen recht had op ziekengeld omdat de ziekte was ontstaan toen appellant niet de hoedanigheid van arbeider bezat.

Het beroep werd ingediend op 9 september 2016, ruim na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van drie weken na dagtekening van de beschikking. Ook gerekend vanaf de ontvangstdatum van de beschikking was het beroep te laat.

Appellant is niet verschenen bij de zitting van 24 augustus 2017. Het college heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is gesteld of gebleken, waardoor het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het college heeft het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard en daarmee het beroep afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Uitspraak van 6 december 2018
behorende bij CVB nr. 2218 van 2016/ AUA201601600
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van
de Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van
[ X ],
wonende te Aruba,
APPELLANT,
procederende in persoon,
tegen de beslissing d.d. 10 augustus 2016 van de
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Bij beschikking van 10 augustus 2016 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de bank besloten dat appellant geen recht heeft op ziekengeld aangezien de ziekte is ontstaan op het moment dat appellant niet de hoedanigheid van arbeider bezat.
1.2
Tegen de bestreden beschikking heeft appellant op 9 september 2016 beroep aangetekend.
1.3
Op 1 december 2016 heeft de bank verweerschrift ingediend.
1.4
Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 24 augustus 2017 van dit college behandeld, alwaar aanwezig waren namens de bank mr. B. Every, juridisch adviseur, en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant Is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen.

2.DE OVERWEGING

De ontvankelijkheid

2.1
De bank heeft primair geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep van appellant wegens termijnoverschrijving.
2.2
Ingevolge artikel 10, lid 1 van de LvZv is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist.
2.4
Niet in geschil is dat de bestreden beslissing van 10 augustus 2016, door appellant op 12 augustus 2016 is ontvangen. Gelet op het bovenstaande is de beroepstermijn van drie weken na dagtekening van de beslissing op 1 september 2016 verstreken. Appellant heeft het beroepschrift ingediend op 9 september 2016. Dit is ruim na het verstrijken van bedoelde beroepstermijn. Ook als wordt uitgegaan van de ontvangstdatum van de beslissing en een beroepstermijn van drie weken, is het beroepschrift te laat ingediend. Nu overigens gesteld noch gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, dient appellant niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.

3.DE BESLISSING

Het college:
verklaart het beroepschrift van appellant niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven op 6 december 2018 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.