ECLI:NL:OGEAA:2018:845

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 december 2018
Publicatiedatum
21 februari 2019
Zaaknummer
CVB nr. 1843 van 2015/ AUA201500649
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • J.R. Geerman
  • E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 1 LvZvArt. 5 lid 1 LvZv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij weigering ziekengeld

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Sociale Verzekeringsbank van 1 april 2016, waarin hem geen ziekengeld werd toegekend over de periode van 3 tot en met 17 januari 2016. De bank stelde dat appellant zich pas op 18 januari 2016 ziek heeft gemeld, waardoor geen recht op ziekengeld bestaat voor de periode daarvoor.

Het beroep werd ingediend op 10 mei 2016, ruim na de wettelijke beroepstermijn van drie weken na ontvangst van de beslissing op 4 april 2016. Appellant voerde medische redenen en het afwachten van een politierapport aan als verklaring voor de late indiening, maar het College achtte deze niet voldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

Daarnaast oordeelde het College dat de bank terecht geen ziekengeld toekende over de periode vóór de ziekmelding, aangezien de wettelijke regeling voorschrijft dat ziekengeld pas vanaf de vierde dag na ziekmelding wordt toegekend. De ziekmelding vond pas plaats op 18 januari 2016, terwijl appellant van 3 tot en met 17 januari in het ziekenhuis verbleef na een trauma.

Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de beslissing van de bank bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Uitspraak van 6 december 2018
behorende bij CVB nr. 1020 van 2016/ AUA201600367
COLLEGE VAN BEROEP
op het beroep in de zin van de
Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van:
[ X ],
wonende in Aruba,
APPELLANT,
procederende in persoon,
tegen de beslissing d.d. 1 april 2016 van
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
VERWEERDER, hierna te noemen: de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Bij beslissing van 1 april 2016 (hierna: de bestreden beslissing) heeft de bank besloten dat appellant geen ziekengeld toegekend zal krijgen over de periode van 3 tot en met 17 januari 2017, aangezien appellant zich pas op 18 januari 2016 arbeidsongeschikt heeft gemeld.
1.2
Tegen de bestreden beslissing heeft appellant op 10 mei 2016 beroep aangetekend.
1.3
Op 19 juli 2016 heeft de bank een verweerschrift ingediend.
1.4
Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 24 augustus 2017 van dit college behandeld, alwaar aanwezig waren appellant in persoon en namens de bank mr. B. Every, juridisch adviseur, en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.
1.5
Uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE OVERWEGINGEN

De ontvankelijkheid

2.1
De bank heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het beroep van appellant wegens termijnoverschrijving, en heeft daartoe aangevoerd dat appellant het beroepschrift na verloop van de beroepstermijn heeft ingediend.
2.2
Appellant gaf tijdens de behandeling aan dat hij het beroepschrift niet eerder dan op 10 mei 2016 kon indienen gezien zijn slechte medische staat en omdat hij nog in afwachting was van een politierapport die hij samen met het beroepschrift wilde indienen.
2.3
Ingevolge artikel 10 lid 1 van Pro de LvZv is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist.
2.4
Niet in geschil is dat de bestreden beslissing van 1 april 2016, door appellant op 4 april 2016 is ontvangen. Gelet op het bovenstaande is de beroepstermijn van drie weken na dagtekening van de beslissing, op 24 april 2016 verstreken. Appellant heeft het beroepschrift ingediend op 10 mei 2016. Dit is ruim na het verstrijken van bedoelde beroepstermijn. Ook als wordt uitgegaan van de ontvangstdatum van de beslissing en een beroepstermijn van drie weken, is het beroepschrift te laat ingediend. Nu overigens niet is gebleken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, appellant had immers een derde kunnen machtigen om het beroepschrift namens hem in te dienen, dient appellant niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.
2.5
Ten overvloede overweegt het College het volgende.
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de LvZv, heeft de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht op ziekengeld vanaf de vierde dag van de ziekmelding. De arbeider meldt zich daartoe op de eerste dag van de ziekte bij de bank.
In dit geval is niet in geschil dat appellant zich (pas) op 18 januari 2016 bij de bank ziek heeft gemeld. Uit de overgelegde stukken blijkt dat hij van 3 tot en met 17 januari 2016 opgenomen is geweest in het ziekenhuis, vanwege trauma opgelopen als gevolg van mishandeling. Zijn broer heeft hem toen bij de werkgever ziek gemeld. Onduidelijk is gebleven waarom appellant zelf, zijn broer of iemand anders, appellant niet op 3 januari 2016 bij de bank ziek heeft gemeld.
Voor toekenning van ziekengeld over een periode gelegen vóór de ziektemelding is geen wettelijke basis, zodat naar het oordeel van het College de bank terecht heeft besloten appellant geen ziekengeld toe te kennen voor de periode vanaf 3 tot en met 17 januari 2016.

3.DE BESLISSING

Het college:
verklaart het beroepschrift van appellant niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven op 6 december 2018 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.