ECLI:NL:OGEAA:2018:772

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 december 2018
Publicatiedatum
2 januari 2019
Zaaknummer
AUA201803559
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming gehuurd appartement en betaling achterstallige huur

In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een door gedaagde gehuurd appartement te Aruba, betaling van achterstallige huur, en oplegging van een dwangsom bij niet-naleving. Gedaagde is ondanks oproeping niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

Eiser heeft zijn vorderingen toegelicht en gepersisteerd. Het Gerecht oordeelt dat het spoedeisend belang van eiser voldoende is aangetoond en dat de vorderingen niet zijn bestreden. Om proceseconomische redenen is het niet nodig de zaak aan de bodemrechter voor te leggen.

Het Gerecht wijst de vorderingen tot ontruiming en betaling van achterstallige huur toe, met een ontruimingstermijn van twee weken. De vordering tot zelf ontruimen met inzet van de sterke arm wordt afgewezen omdat dit exclusief aan de deurwaarder is voorbehouden.

Er wordt een dwangsom van 500 gulden per dag opgelegd, gemaximeerd op 25.000 gulden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op 911,68 gulden aan griffiekosten en oproepingskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het appartement binnen 14 dagen en betaling van achterstallige huur met dwangsommen bij niet-naleving.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 12 december 2018
Behorend bij K.G. AUA201803559
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Eiser],
wonende in Aruba,
eiser,
hierna ook te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen:
[Gedaagde],
wonende Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 6 november 2018;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van de zaak op 22 november 2018.
1.2 [
eiser] is in persoon ter terechtzitting verschenen. Hoewel deugdelijk opgeroepen is [gedaagde] niet ter zitting verschenen. Tegen hem is daarom verstek verleend. [eiser] heeft gepersisteerd in het door hem gestelde en verzochte.
1.3
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [
[eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
a. [gedaagde] beveelt om onmiddellijk na de betekening van dit vonnis aan [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement gelegen in Aruba te [adres] te ontruimen met alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en goederen en met afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiser], en bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiser] een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- per dag of deel daarvan dat [gedaagde] dat bevel niet opvolgt;
b. [eiser] machtigt om die ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm;
c. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen Afl. 3.600,-- aan achterstallige huur tot en met augustus 2018, te vermeerderen wettelijke rente gerekend vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 1.800,-- voor iedere na augustus 2018 verschenen huurtermijn voor het geval [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement niet heeft ontruimd;
d. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;
e. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure.
2.2 [
gedaagde] heeft geen verweer gevoerd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het spoedeisend belang van [eiser] bij de door hem verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Nu [gedaagde] de geldvordering van [eiser] en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet heeft bestreden, kan redelijkerwijze en om proceseconomische redenen niet van [eiser] worden gevergd om die vordering ter beoordeling aan de bodemrechter voor te leggen.
3.2 [
gedaagde] heeft de vorderingen van [eiser] onder a. en c. en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet bestreden. Die vorderingen, die overigens onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, zullen daarom worden toegewezen als na te melden met inachtneming van het navolgende.
3.3
Op grond van redelijkheid en billijkheid zal aan [gedaagde] een ontruimingstermijn worden gegund van twee weken. Gesteld noch is gebleken dat [gedaagde] niet in staat is om het van [eiser] gehuurde appartement binnen die termijn te ontruimen.
3.4
Dwangsommen zullen gemaximeerd aan [gedaagde] worden opgelegd.
3.5
De vordering onder b. zal worden afgewezen, omdat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein van de deurwaarder betreft.
3.6 [
gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op (450,- + 230,84 + 230,84 =) Afl. 911.68 aan verschotten (griffiegelden en kosten van oproeping van partijen). Er worden geen punten van het liquidatietarief geliquideerd, omdat [eiser] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professioneel optredende rechtsbijstandverlener.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding bij verstek:
-beveelt [gedaagde] om binnen veertien (14) dagen na de betekening van dit vonnis aan [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement gelegen in Aruba te [adres] te ontruimen met alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en goederen en met afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiser];
-bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiser] een dwangsom verbeurt van
Afl. 500,-- per dag of deel daarvan dat [gedaagde] dat bevel niet opvolgt, met dien verstand dat [gedaagde] te dezen niet meer dan Afl. 25.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;
-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen Afl. 3.600,-- aan achterstallige huur tot en met augustus 2018, te vermeerderen wettelijke rente gerekend vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 1.800,-- voor iedere na augustus 2018 verschenen huurtermijn voor het geval [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement niet heeft ontruimd;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M van de Leur rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 12 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.