ECLI:NL:OGEAA:2018:703

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
20 november 2018
Publicatiedatum
28 november 2018
Zaaknummer
AUA201800953 EJ
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing achterstallige kinderalimentatie en vaststelling maandelijkse bijdrage verzorging en opvoeding

In deze zaak tussen de moeder en vader is vastgesteld dat partijen in hun echtscheidingsconvenant een maandelijkse alimentatie van Afl. 300,- zijn overeengekomen voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind.

De moeder stelde dat de vader achterstallig was met betalingen vanaf januari 2016 tot maart 2018, met een totale achterstand van Afl. 4.700,-. De vader erkende het overeengekomen bedrag niet te betwisten, maar voerde aan dat hij contante betalingen had gedaan, hetgeen door de moeder werd weersproken. De vader kon dit niet concreet onderbouwen.

Het gerecht wees het verzoek tot betaling van Afl. 6.000,- af wegens onvoldoende onderbouwing, maar kende de vordering van Afl. 4.700,- toe. Tevens werd bepaald dat de vader de maandelijkse bijdrage van Afl. 300,- voortaan vooruitbetaald aan de Voogdijraad moet voldoen.

Verder werd iedere beslissing omtrent het gezag over het kind aangehouden in afwachting van het advies van de Voogdijraad. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: Vader moet Afl. 4.700,- achterstallige kinderalimentatie betalen en maandelijks Afl. 300,- bijdragen aan verzorging en opvoeding.

Uitspraak

Beschikking van 20 november 2018
behorend bij AUA201800953 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen:
[Verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,
en:
[Verweerder],
wonende in Aruba,
VERWEERDER, hierna: de vader,
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 9 oktober 2018, hierna is de zaak verwezen naar de rol van heden voor uitspraak ten aanzien van het alimentatieverzoek.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Vast staat dat partijen in artikel II.4 van het echtscheidingsconvenant d.d. 29 september 2015 zijn overeengekomen dat de vader met een bedrag van Afl. 300,- zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De moeder heeft tevens via beslaglegging betaling trachten te verkrijgen, hetgeen niet is gelukt.
2.2
De vader heeft ter zitting het overeengekomen bedrag niet betwist, zodat het bedrag van Afl. 300,- wordt toegewezen.
2.3
Tevens heeft de moeder gesteld dat de vader achterstallig is met de betaling van de overeengekomen alimentatie. Volgens de moeder betaalde de vader ingaande januari 2016 tot en met november 2017 een bedrag van Afl. 100,- per maand en in december 2017 heeft hij Afl. 200,- betaald. In totaal is de achterstand tot en met maart 2018 opgelopen tot Afl. 4.700,-, aldus de moeder. Voorts heeft de moeder gesteld dat de vader ingaande januari 2018, via de Voogdijraad, met een bedrag van Afl. 300,- bijdraagt aan de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.
2.4
De vader heeft aangevoerd dat hij ingaande januari 2016 tot januari 2018 met contant geld aan de moeder heeft betaald. De moeder heeft dit weersproken. Het lag evenwel op de weg van vader om concreet aan te geven op welke dagen en welke bedragen hij aan moeder zou hebben gegeven en of daar getuigen bij aanwezig waren. Nu de vader zijn verweer niet dan wel onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd, zal de vader geen bewijs van zijn stelling worden opgedragen. Dat het bedrag aan achterstallige kinderalimentatie meer dan Afl. 4.700,- bedraagt is door de moeder verder niet onderbouwd, zodat het gevorderde bedrag ad Afl. 6.000,00 wordt afgewezen. Het verzoek van de vrouw ter zake achterstallige alimentatie ad Afl. 4.700,- wordt wel toegewezen.
2.5
Iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag over de minderjarige zal worden aangehouden in afwachting van het advies van de Voogdijraad.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
3.1
bepaalt de bijdrage van [Verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba op Afl. 300,- per maand, met ingang van heden, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
3.2
bepaalt dat de vader aan de moeder het bedrag van Afl. 4.700,- dient te betalen ter zake van achterstallige kinderalimentatie,
3.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
3.4
wijst het meer of anders verzochte af,
3.5
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, ter zitting van 20 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.