Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[appellante],
de Gouverneur van Aruba,
PROCESVERLOOP
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellante, van Dominicaanse nationaliteit en gehuwd met een in Aruba geboren Nederlander, heeft een verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap afgelegd op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g van de Rijkswet. Verweerder heeft de bevestiging van het Nederlanderschap geweigerd vanwege verblijfsgaten, perioden waarin appellante niet rechtmatig in Aruba verbleef.
De verblijfsgaten zijn niet betwist door appellante, die stelt dat deze niet aan haar kunnen worden toegerekend omdat zij door toedoen van haar echtgenoot niet kon samenwonen. Het Gerecht stelt vast dat volgens de geldende Handleiding verblijfsgaten reden zijn voor weigering van de bevestiging en dat verweerder geen beleidsvrijheid heeft hierin.
Het Gerecht oordeelt dat verweerder terecht de bevestiging van het Nederlanderschap heeft geweigerd. De samenwoningseis die appellante aanvoert, geldt niet voor de verkrijging van het Nederlanderschap via optie, maar voor de verblijfsstatus. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bevestiging van het Nederlanderschap wegens verblijfsgaten wordt ongegrond verklaard.