ECLI:NL:OGEAA:2018:598

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 oktober 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
AUA201801015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253q BWArt. 1:253r BWArt. 1:281 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot hernieuwde toekenning ouderlijk gezag aan moeder

De moeder van de minderjarige, die sinds 2013 niet het gezag had omdat zij tijdelijk in Nederland woonde voor studie, verzocht het gerecht om haar opnieuw met het ouderlijk gezag te belasten. De grootmoeder moederszijde was tot voogdes benoemd zolang de moeder in het buitenland woonde.

Uit het dossier en de mondelinge behandeling bleek dat de moeder inmiddels in Aruba woont, samen met haar moeder en de minderjarige, en feitelijk zorgt voor de opvoeding van het kind. Het gerecht oordeelde dat de omstandigheden zodanig zijn dat het kind weer aan de moeder kan worden toevertrouwd.

Op grond van artikel 1:253q lid 5 en artikel 1:253r lid 1 sub a BW werd het verzoek toegewezen. De voogdij eindigt daarmee van rechtswege. De beschikking is op 2 oktober 2018 door rechter Engelbrecht gegeven.

Uitkomst: De moeder wordt opnieuw belast met het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter.

Uitspraak

Beschikking van 2 oktober 2018
behorend bij EJ nr. AUA201801015.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
VERZOEKSTER,
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon,
Belanghebbenden:
[Belanghebbende 1],de minderjarige,
[Belanghebbende 2],de voogdes.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 13 april 2018;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 21 augustus 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster in persoon en de voogdes in persoon. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw [vertegenwoordigster].
De uitspraak is hierna bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Ten aanzien van de op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] geboren thans nog minderjarige [belanghebbende 1], staat alleen het moederschap vast.
2.2
Bij beschikking van dit gerecht van 1 oktober 2013 (EJ 1378/2013) is de grootmoeder moederszijde, [belanghebbende 2] voornoemd, tot voogdes over de minderjarige benoemd, voor zolang de moeder in [land] haar woonplaats zou hebben.
2.3
De moeder heeft inmiddels haar woonplaats in Aruba.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe om de moeder wederom met het gezag te belasten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het verzoek is gegrond op artikel 1:253q lid 5 in samenhang met artikel 1:253r lid 1 onder a BW.
Ingevolge die bepalingen wordt, voor zover hier van belang, de ouder die tijdelijk in de onmogelijkheid verkeerde het gezag uit te oefenen, op zijn verzoek wederom met het gezag belast wanneer de tijdelijke onmogelijkheid is vervallen, indien de rechter overtuigd is dat het kind wederom aan die ouder mag worden toevertrouwd.
4.2
Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder al enige tijd terug is uit Nederland, alwaar zij is gaan wonen in verband met haar studie. De moeder woont nu in huis met haar moeder, de voogdes, en de minderjarige en is degene die de minderjarige feitelijk verzorgt en opvoedt. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat de minderjarige wederom aan de moeder mag worden toevertrouwd. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Daarmee eindigt de voogdij over de minderjarige op grond van artikel 1:281 lid 1 sub b BW Pro van rechtswege.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
belast de moeder [verzoekster] wederom met het ouderlijk gezag over haar dochter [belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven op 2 oktober 2018 door de rechter mr. N.K. Engelbrecht in tegenwoordigheid van de griffier.