ECLI:NL:OGEAA:2018:594

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 oktober 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
1670 van 2017 / AUA201701920
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BW ArubaArt. 1:288 BW ArubaArt. 1:5 BW ArubaArt. 1:199 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek stiefvader in het belang van het kind

De stiefvader heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek tot adoptie van zijn stiefkind ingediend. De moeder en de stiefvader zijn gehuwd en zorgen samen met het kind voor de opvoeding. De vader van het kind is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.

De Voogdijraad heeft een positief rapport uitgebracht waarin wordt bevestigd dat er een hechte en wederzijdse band bestaat tussen de stiefvader en het kind, en dat het in het belang van het kind is om de adoptie uit te spreken. Pogingen om contact te krijgen met de biologische vader zijn niet geslaagd.

Het gerecht oordeelt dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, zowel vanwege het verbreken van de banden met de biologische vader als het bevestigen van de banden met de stiefvader. Tevens wordt bepaald dat het kind na adoptie de geslachtsnaam van de stiefvader zal dragen, conform de wettelijke bepalingen.

Uitkomst: Het gerecht wijst het adoptieverzoek toe en bepaalt dat het kind de geslachtsnaam van de stiefvader zal dragen.

Uitspraak

Beschikking van 2 oktober 2018
Behorend bij E.J. nr. 1670 van 2017 / AUA201701920
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek (ex artikel 1:227 BW Pro) van:
[VERZOEKER],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna ook te noemen: de stiefvader of [verzoeker],
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[Belanghebbende 1], het kind, wonende in Aruba,
[Belanghebbende 2], hierna te noemen: de moeder, wonende in Aruba,
[Belanghebbende 3], hierna te noemen: de vader, zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Aruba of elders.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 9 augustus 2017;
- de griffiersaantekeningen van de behandeling van de zaak op 12 december 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoeker in persoon, de moeder in persoon en namens de Voogdijraad, mevrouw [naam vertegenwoordigster]. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen;
- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 28 mei 2018;
- de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van de zaak op 21 augustus 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de stiefvader in persoon, de moeder in persoon en namens de Voogdijraad, mevrouw [naam vertegenwoordigster].
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder is op [geboortedatum] 2008 in [geboorteland] geboren [belanghebbende 1] (hierna: de minderjarige).
2.2
De stiefvader en de moeder zijn op 16 juni 2017 met elkaar in het huwelijk getreden. De stiefvader en de moeder wonen samen met de minderjarige en zorgen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
3. HET VERZOEK
Het verzoek strekt ertoe om de adoptie (door de stiefvader) van de minderjarige uit te spreken.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:227 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) wordt een verzoek tot adoptie alleen toegewezen indien de adoptie in het kennelijke belang is van het kind, en aan de wettelijke voorwaarden van artikel 1:288 BWA Pro wordt voldaan.
4.2
De Voogdijraad heeft een rapport uitgebracht, waarbij is geadviseerd de adoptie van de minderjarige door de stiefvader uit te spreken. De Voogdijraad heeft naar aanleiding van het door hem verrichte onderzoek geconcludeerd dat de minderjarige ongeveer 3 jaar oud was toen de stiefvader haar leerde kennen. De stiefvader, de moeder en de minderjarige wonen al jaren in gezinsverband samen en de stiefvader en de minderjarige beschouwen elkaar over en weer als vader en dochter. Er is duidelijk sprake van een wederzijdse band en gehechtheid tussen de stiefvader en de minderjarige. Bovendien steunt de moeder en de familie van de stiefvader dit verzoek. In het rapport staat verder vermeld dat het de raadsonderzoeker, ondanks pogingen daartoe, niet is gelukt om in contact te komen met de vader.
4.3
Op grond van het voorgaande acht het gerecht de verzochte adoptie zowel uit het oogpunt van verbreking van de banden met de vader als uit het oogpunt van bevestiging van de banden met [verzoeker] in het kennelijk belang van het kind. Nu voorts aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, zal het gerecht het verzoek toewijzen.
4.4
Ter zitting heeft het gerecht begrepen dat [verzoeker] en de moeder willen dat de minderjarige voortaan de geslachtsnaam van [verzoeker] draagt. Hierover het volgende. Het eerste lid van artikel 1:5 BWA Pro bepaalt dat de geslachtsnaam van een kind die van zijn vader is, en anders die van zijn moeder. Krachtens artikel 1:199 BWA Pro aanhef en sub e. is de vader van een kind de man die het kind heeft geadopteerd. Nu uit de wet voortvloeit dat de naam van een kind in beginsel die van zijn vader is en het de wil is van de moeder en [verzoeker] dat de minderjarige na de adoptie de geslachtsnaam van [verzoeker] zal dragen, zal het Gerecht aldus verstaan.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
-spreekt uit de adoptie van [belanghebbende 1], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteland] door [verzoeker], geboren op [datum geboorte] 1982 in [geboorteland];
-verstaat dat de geslachtsnaam van de geadopteerde [verzoeker] zal luiden.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, ter zitting van 2 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.