ECLI:NL:OGEAA:2018:586

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
26 september 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
1659 van 2017/AUA201701953
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling gemeenschapsgoederen en gebruik woning in echtscheidingsprocedure

In deze zaak tussen de vrouw en de man over de verdeling van de gemeenschapsgoederen heeft het gerecht een tussenvonnis gewezen waarin werd bepaald dat een deskundige een taxatierapport zou opstellen over de woning. Hoewel het rapport later dan gepland werd ingediend, hebben partijen zich niet uitgelaten over de waarde en verkoopvoorwaarden van de woning. De man wenst de woning toe te kennen te krijgen indien hij de financiering kan verkrijgen.

Het gerecht geeft partijen de gelegenheid om in een nadere akte in te gaan op het taxatierapport en de toedeling van de woning, inclusief onderbouwing van de financiering. Tevens benadrukt het gerecht dat partijen zoveel mogelijk overeenstemming dienen te bereiken over de inboedel en voertuigen.

De man verzocht om een gebruiksvergoeding en vergoeding van hypotheeklasten door de vrouw, maar het gerecht ziet hier in dit tussenvonnis geen aanleiding toe, mede omdat deze aspecten bij de partneralimentatie zijn betrokken en de man reeds een kortgedingprocedure is gestart. De zaak wordt aangehouden en zal op 24 oktober 2018 worden voortgezet met gelijktijdige akten van partijen, waarna het vonnis zal volgen.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid nadere stukken in te dienen over de woning en verdeling.

Uitspraak

Vonnis van 26 september 2018
Behorend bij A.R. no. 1659 van 2017/AUA201701953
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
[EISERES],
wonende in Aruba,
eiseres,
nader te noemen: “de vrouw”,
gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,
tegen:
[GEDAAGDE],
wonende in Aruba,
gedaagde,
nader te noemen “de man”,
gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot en met 28 maart 2018 blijkt uit het tussenvonnis van die datum (onderaan dit tussenvonnis staat abusievelijk het jaartal 2017 vermeld). Partijen hebben beiden nadien aan akte en contra-akte ingediend.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
In voornoemd tussenvonnis werd bepaald dat de door het gerecht benoemde deskundige (in geval van tijdige betaling van het voorschot door de man) uiterlijk op 9 mei 2018 een taxatierapport zou indienen en dat partijen daarna beiden ter rolle van 6 juni 2018 een akte (en daarna een contra-akte) zouden indienen. In het tussenvonnis werd voorts bepaald dat partijen zich in hun akte dienden uit te laten over de getaxeerde waarde, tegen welke prijs de woning te koop gezet zal moeten worden, wat de minimale verkoopprijs dient te zijn en bij welke makelaar de woning te koop gezet dient te worden. De deskundige heeft uiteindelijk op 22 juni 2018 zijn taxatierapport ingeleverd. Partijen hadden daarvoor al hun akte ingediend en hebben op 4 juli 2018 een contra-akte ingediend. Partijen zijn in hun aktes niet ingegaan op het taxatierapport en hebben zich niet uitgelaten over de hiervoor vermelde punten. Wel heeft de man aangegeven dat hij de woning toebedeeld wenst te krijgen indien hij daarvoor de benodigde financiering kan krijgen. Gelet op het voorgaande ziet het gerecht aanleiding om partijen een nadere akte te laten nemen om in te gaan op hetgeen het gerecht bij tussenvonnis in r.o. 4.4 heeft verzocht, waarbij de man tevens kan aangeven of hij de woning toebedeeld wenst te krijgen en zo ja, of hij daarvoor de benodigde financiering kan krijgen, met overlegging van onderbouwende stukken. In beginsel zal daarna de zaak weer voor vonnis komen te staan.
2.2
Partijen nemen blijkens hun aktes nog steeds uiteenlopende standpunten in over de inboedelgoederen en voertuigen. Het gerecht benadrukt dat het wenselijk is dat partijen over de waarde en toedeling van deze goederen zoveel mogelijk overeenstemming bereiken. Het gerecht geeft partijen daarom in overweging om, bijgestaan door hun raadslieden, te trachten omtrent deze boedelbestanddelen zoveel mogelijk overeenstemming te krijgen.
2.3
De man heeft het gerecht in zijn akte verzocht om reeds in dit tussenvonnis te bepalen dat de vrouw een vergoeding voor het gebruik van de woning, alsmede de helft van de hypotheeklasten dient te betalen. Het gerecht ziet daartoe geen aanleiding, onder meer omdat bij de vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie door dit gerecht is meegenomen dat de man de hypotheeklasten draagt en de vrouw de woning bewoont. Het gerecht zal in deze zaak bij eindvonnis een beslissing nemen over de gevorderde gebruiksvergoeding en de door de man betaalde hypotheeklasten meenemen in de verdeling. Overigens heeft de man in zijn contra-akte vermeld dat hij inmiddels een kortgeding heeft ingediend om een voorziening bij voorraad ten aanzien van de partneralimentatie, hypotheeklasten en gebruiksvergoeding te verkrijgen. De man heeft derhalve ook om die reden onvoldoende belang bij een beslissing ter zake in dit tussenvonnis.
2.4
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht, rechtdoende:
3.1
verwijst de zaak naar de rol van 24 oktober 2018, direct peremptoir voor akte zijdens beide partijen gelijktijdig, waarna de zaak in beginsel weer voor vonnis zal komen te staan;
3.2
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 26 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.