ECLI:NL:OGEAA:2018:583

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 september 2018
Publicatiedatum
2 oktober 2018
Zaaknummer
AUA201801669
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 LarArt. 31 LarArt. 32 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken gronden in beroepschrift

Appellant heeft op 12 maart 2018 een pro forma beroepschrift ingediend zonder de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 29 lid 1 sub c van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Het gerecht heeft appellant bij brief van 21 juni 2018 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 2 augustus 2018 de gronden alsnog in te dienen. Appellant heeft hieraan geen gevolg gegeven.

Op 24 september 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 31 Lar Pro, omdat de formele vereisten niet zijn vervuld en niet binnen de gestelde termijn zijn hersteld. Het gerecht heeft hierbij tevens overwogen dat er geen grondslag bestaat voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter A.J.H. van Suilen tijdens een openbare terechtzitting. Beide partijen kunnen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Het hogerberoepschrift moet voldoen aan de formele vereisten en griffierecht is verschuldigd.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift en het niet herstellen binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

Uitspraak van 24 september 2018
LAR nr. AUA201801669
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellant],
wonend in Aruba,
APPELLANT,
procederend in persoon,
gericht tegen:
de beoordelingscommissie VUT,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Appellant heeft op 12 maart 2018 een pro forma beroepschrift ingediend.
Bij brief van 21 juni 2018 is appellant door het gerecht in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 2 augustus 2018 de gronden van het beroep in te dienen.
Appellant heeft geen aanvullende gronden ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Artikel 29 van Pro de Lar bevat de formele vereisten die aan het beroepschrift worden gesteld. Artikel 31 Lar Pro bevat de gevolgen als niet is voldaan aan deze vereisten.
2.2.
Geconstateerd wordt dat niet is voldaan aan het vereiste dat is neergelegd in artikel 29 lid 1 sub c van Pro de Lar (de gronden) en dat dit niet is hersteld binnen de in artikel 31 van Pro de Lar gestelde termijn.
2.3.
Ingevolge artikel 32, onder a, van de Lar kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2.4
Het beroep van appellant zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grondslag.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 24 september 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.