ECLI:NL:OGEAA:2018:582

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 september 2018
Publicatiedatum
2 oktober 2018
Zaaknummer
AUA201801257
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 LarArt. 32 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens ontbreken reële beslissing op bezwaar bouwvergunning

Appellante, Livi Enterprices N.V., diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor verbouwing en nieuwbouw van een pand. De minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu wees het verzoek bij beschikking af. Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar er werd geen reële beslissing op het bezwaar genomen.

Hierop stelde appellante beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar. Het gerecht oordeelde dat de ongemotiveerde, als afwijzend geldende beschikking kennelijk niet in stand kan blijven omdat er geen reële beslissing was genomen.

Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd opgedragen binnen drie maanden een reële beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante en werd het griffierecht aan appellante terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder moet binnen drie maanden een reële beslissing nemen op het bezwaar.

Uitspraak

Uitspraak van 24 september 2018
Lar nr. AUA201801257
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
LIVI ENTERPRICES N.V.,
gevestigd in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,
gericht tegen:
de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu,
zetelend in Aruba,
VERWEERDERS.

1.PROCESVERLOOP

Bij brief van 9 mei 2017 heeft appellante een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor de verbouwing en nieuwbouw van een pand.
Bij beschikking van 28 november 2017 heeft verweerder het verzoek van appellante afgewezen.
Belanghebbende heeft daartegen op 22 december 2017 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 7 mei 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift.
2.2
Ingevolge artikel 32, onder c, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. De vaststelling dat ten tijde van het sluiten van het onderzoek nog geen reële beslissing op het bezwaar is genomen, maakt dat de ongemotiveerde, als afwijzende beslissing op het bezwaar geldende, beschikking (artikel 23, tweede lid van de Lar), kennelijk niet in stand kan blijven. Het beroep zal gegrond worden verklaard. Verweerder dient binnen drie maanden na deze uitspraak een reële beslissing te nemen.
2.3
Nu appellante met recht in beroep is gekomen en zich bij gemachtigde heeft laten vertegenwoordigen, is aannemelijk geworden dat appellante hiertoe noodzakelijke kosten heeft gemaakt. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, begroot op een bedrag van Afl. 500,- aan gemachtigdesalaris.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van appellante;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellante;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellante voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-;
- gelast dat het door appellante gestorte griffierecht van Afl. 25,- aan haar wordt terugbetaald.
Deze beslissing werd gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 24 september 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.