Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
3.DE UITSPRAAK
16 oktober 2018 om 10:00 uurin de enquêtezaal van het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele zaak tussen Island Finance Aruba N.V. (IFA) en een gedaagde staat centraal de beoordeling van de overeengekomen jaarlijkse rente van 27,25% op een geldlening.
Het Gerecht verwijst naar een eerder vonnis van het Gemeenschappelijk Hof waarin werd geoordeeld dat het niet aan de rechter is om een algemeen maximumrentepercentage van 18% vast te stellen zonder wetgeving of regulering door een overheidsorgaan zoals de Centrale Bank. Het Gerecht wil daarom partijen en de Centrale Bank van Aruba horen over de betekenis van dit vonnis voor de onderhavige zaak.
Daarnaast is van belang dat de gedaagde heeft gesteld dat zij niet akkoord was met de hoge rente, maar vanwege een noodsituatie toch heeft getekend. Het Gerecht wil onderzoeken of de rente van 27,25% redelijk en billijk is, mede gelet op de praktijk in Aruba dat bij consumentenkredieten doorgaans niet meer dan 18% rente wordt bedongen.
Het Gerecht heeft een comparitie gelast voor 16 oktober 2018 waarbij partijen in persoon en de Centrale Bank van Aruba worden opgeroepen om hun standpunten toe te lichten. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na deze comparitie.
Uitkomst: Comparitie gelast voor partijen en Centrale Bank van Aruba om de redelijkheid van de rente te bespreken; verdere beslissing aangehouden.